
Foto door: André van der Stouwe
Zo, de Confed Cup-storm is weer gaan liggen. Mooi moment voor iets totaal anders: een afdaling in de krochten van het internationale voetbal. Ugboji Monday en Ndubuisi Opara behoren tot de grote groep Nigeriaanse voetballers die zijn geluk beproeft in India. Niet wat je noemt het voetballand bij uitstek. Voor enkele tientallen toeschouwers werken zij hun wedstrijden af, hopend op dat ene wonder: spelen in een grote competitie, misschien wel in Nederland?
Die droom lijkt ver weg want welke voetbalscout ziet je nou spelen in de I-League, de hoogste Indiase klasse? En wat als je zelfs daar niet goed genoeg voor bent? Bekijk de VIDEO…
Nomadenbestaan
Het leven van een professionele voetballer lijkt een nomadenbestaan: van wedstrijd naar wedstrijd, afreizend naar de uithoeken van Europa in de UEFA-cup of een trainingskamp in de winterstop, en elke zomer weer de kans om getransfereerd te worden naar een andere club. Een club vaak weer in een ander land en een andere competitie.
Verhuizen, aanpassingsproblemen: het hoort bij het moderne voetbal. Toch hoeven spelers als Rafael van der Vaart, Arjen Robben en Ruud van Nistelrooij niet op veel medelijden van de fans te rekenen. Het professioneel voetbal is de droom van velen. Bijna elke jongen en, met de opkomst van het vrouwenvoetbal, ook veel meisjes, op het behalen van de internationale top.
Maar een bestaan als professioneel voetballer is niet aan iedereen gegeven en zelfs als je je geld met voetbal verdient heb je grote kans dat de glitter en glamour, die voor voetballers als Babel, Huntelaar en Affelay zijn weggelegd, aan jou voorbijgaan.
Vele jongensdromen vervliegen en carrières eindigen in de onderste regionen van de nationale competitie of wellicht nog erger; menig voetballer verlaat het geboorteland om te spelen in landen waarvan een Nederlander zich zal afvragen of daar überhaupt een voetbalcompetitie is. In India bijvoorbeeld, waar elk team wel één of meerdere Afrikanen (vooral Nigerianen) in de basis heeft staan.
Het Lt. Governor’s D.D.A.
“Het voetbal in India is een sport van de middenklasse, maar wie geld wil verdienen kiest voor cricket,” aldus Sandy Kumar. Kumar schrijft voor de website Indianfootball.com. We ontmoeten Kumar bij het Lt. Governor’s D.D.A. voetbaltoernooi in Dehli, dat zich letterlijk (maar hoe symbolisch) afspeelt in de schaduw van het immense Feroz Shah Kotla Cricket Stadium.
Geen van de teams komt uit in de hoogste klasse van het Indiase voetbal en het spel is dan ook van een bedenkelijk laag niveau. Opvallend is wel dat in bijna elk team een aantal Nigerianen voetbalt. Kumar vertelt dat er veel Afrikanen in India voetballen. “Veel van hen komen hier in eerste instantie om te studeren, anderen worden door agenten overgehaald. Het is voor Afrikanen veel makkelijker om India binnen te komen dan Europa.” Kumar verzekert ons dat de Nigerianen in de hoogste klasse van India echt goed kunnen voetballen, maar dat ze op dit niveau ze het verschil niet kunnen maken. Hij twijfelt dan ook waarom ze überhaupt naar India worden gehaald: “Indiase jongens spelen net zo goed -of slecht- als zij.”
Voetbal in India
In het boek ‘De Maradona van China en andere landen” wijdt Wiep Idzenga een hoofdstuk aan het Indiase voetbal. Op zoek naar de topspeler van het immense land wordt er eigenlijk maar een naam genoemd en dat is die van Bhaichung Bhutia, die nog steeds geldt als de eerste Indiase voetballer die professioneel in Europa speelde en wel van 1999 tot 2002 voor de Engelse tweede divisieclub Bury.
Het zegt wat over toestand van het Indiase voetbal. Ooit, vooral in de jaren vijftig, gold het land als de voetbalreus van Azië, maar tegenwoordig is het een dwerg die internationaal nauwelijks meetelt. Slechts één keer wist India zich te kwalificeren voor de eindronde van een WK (1950, Brazilië), maar het land trok zich terug omdat er niet op blote voeten mocht worden gespeeld, iets wat de Indiërs tot dan toe wel gewoon waren.
Kumar hoopt dat India binnen tien tot vijftien jaar weer aansluiting kan krijgen bij het hogere niveau. De kwalificatie voor de Aziatische kampioenschappen in 2011 is een goede stap in die richting. Van een deelname aan een wereldkampioenschap durft hij nog niet te dromen.
Monday en Opara
Monday en Opara weten dat de kans dat ze ‘Europa’ halen zeer gering is. Beiden hopen (tegen beter weten in) dat een scout ze zal oppikken. Misschien via een Indiase topclub of wie weet regelt een zaakwaarnemer een proefperiode bij een Europese of Japanse club.
Tot die tijd zijn beide Nigerianen blij met het maandelijkse salaris, want die is nog altijd een flink stuk hoger dan wat ze in Nigeria zouden kunnen verdienen.







