Opeens stond hij daar dan gisteren weer in het veld. Er was bij Nigeria een basisplaats ingeruimd voor Nwankwo Kanu. Hoewel de Nigerianen uiteindelijk op 2-2 bleven steken tegen Zuid-Korea, heb ik genoten van iedere seconde in de bijna zestig minuten dat de oude meester op het veld stond. Zijn snelheid is misschien een stuk minder geworden, maar de manier waarop hij de bal streelt en zijn speloverzicht zijn nog altijd geniaal. ‘Hij heeft bijna geen foute bal gegeven’, zei de commentator van de NOS dan ook terecht.
Waarom in vredesnaam, bedenk ik me nu, heeft de Nigeriaanse bondscoach Lars Lagerbäck gewacht tot de derde en allesbeslissende wedstrijd om Nwankwo Kanu te brengen? Waarom heeft hij dat niet vanaf de eerste wedstrijd gedaan? Ik weet zeker dat Nigeria dan niet uitgeschakeld zou zijn geweest.
Maar nog even terug naar gisteren. Twee keer liet Kanu ook weer die geweldige sleepbeweging zien, waarmee hij een speler passeerde. Er is niemand op de wereld die zo een tegenstander kan uitspelen als Kanu.
Het deed me denken aan dat memorabele moment op de Olympische Spelen in 1996 toen hij een doelpunt tegen Brazilië maakte in de halve finale, waarmee hij Nigeria in de race hield. Een meter voor de doellijn haalde hij, met zijn rug naar het doel, een waar kunststukje uit met de bal om hem vervolgens langs de verbouwereerde Braziliaanse keeper te schuiven.
Toen ik in 1999 bij Kanu op bezoek was in Nigeria sprak ik over dit doelpunt met Iheanyi Ajaero, de man die in 1989 de toen dertienjarige Kanu ontdekte. Hij vertelde me toen dat Kanu nog veel mooiere doelpunten had gemaakt als dat doelpunt op de Olympische Spelen.
‘Toen Nwankwo nog op school zat herinner ik me een doelpunt waarbij het de keeper en de verdedigers vijf minuten heeft gekost om te realiseren wat er gebeurd was. Als hij dit doelpunt nu zou maken voor Arsenal (waar Kanu toen speelde, mb) of Nigeria, dan zou de hele wereld daar weken over praten.’
Ik had die dagen boeiende gesprekken met Kanu over zijn visie op voetbal. Hij vertelde me dat je Afrikaanse talenten niet te vroeg met tactiek in aanraking moest brengen omdat je daarmee het talent doodt.
‘In Afrika zijn we echt vrij om het talent dat we hebben ook te laten zien. Niet alleen als we kinderen zijn, maar ook later. Ik zou het verschrikkelijk hebben gevonden als ze mij als kind al in aanraking hadden gebracht met de Europese manier van voetbal. Dat zou zo ontzettend saai zijn geweest en ik zou mijn talent nooit hebben kunnen ontwikkelen op de manier waarop ik het nu gedaan heb. Ik zou een heel andere voetballer zijn geworden.’
Gelukkig is dat niet gebeurd. En gisteren stond hij er dan weer. In bijna zestig minuten liet Kanu meer zien dan Eto’o, Kalou, Pienaar en Drogba in beduidend meer tijd hebben gepresteerd op dit toernooi. Dat briljante dat het Afrikaanse voetbal kan hebben, en dat we zo hebben gemist tijdens dit WK, was daar even terug te zien in het spel van de bijna 34-jarige sluwe vos uit Owerri, Nigeria. Hier zaten we allemaal op te wachten.
Vorig jaar sprak ik Kanu voor het laatst toen we hem opzochten in Portsmouth en we een benefietwedstrijd van zijn hartstichting bekeken. Hij kwam ons toen nog oprecht bedanken voor onze belangstelling en dat we de moeite hadden genomen om de jaarlijkse wedstrijd van zijn stichting te bekijken.
Nwankwo Kanu, een briljante voetballer en een groot mens! Ondanks dat het nog net geen zestig minuten waren, is hij voor mij toch dé Afrikaanse voetballer van dit toernooi geworden.








