Op weg naar het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika vormt het boek Africa United de ultieme voorbereiding op het WK 2010. Afrikaanse journalisten en fotografen vertellen in woord en beeld hun verhaal over Afrikaans voetbal. Zij laten hun stem horen en een ander gezicht van Afrika zien. Roadto2010.nl blikt iedere week vooruit op één van de verhalen. Aflevering 7: Mark Namanya.
De liefde voor voetbal is iets wat veel Afrikanen met elkaar delen, dat is niet echt bijzonder. Het is al opvallender als het gaat om een staatshoofd die graag over zijn passie wil praten. Dit hoofdstuk van het boek Africa United gaat over de president van Rwanda, Paul Kagame. Journalist Mark Namanya werd meteen uitgenodigd toen hij voorstelde om met de president over voetbal te praten.
Genocide
Wie aan Rwanda denkt, denkt aan de verschrikkelijke genocide in 1994 waarbij 800.000 mensen werden vermoord. Daarvoor al wordt het land overschaduwd door diepe etnische verdeeldheid tussen de Hutu’s, de grootste bevolkingsgroep, en de Tutsi-minderheid.
Rwanda wordt in 1961 onafhankelijk verklaard van België. In het jaar daarvoor zetten de Hutu’s de toenmalige Tutsi-koning Jean-Baptiste Kigeli Ndahindurwa af. In de jaren die volgen worden duizenden Tutsi’s vermoord en bijna 150.000 verjaagd naar de buurlanden Tanzania, Oeganda en Congo.
De afstammelingen van deze verjaagde Tutsi’s vormen later het Rwandees Patriottisch Front (RPF). In 1990 begint de RPF met leider Paul Kagame een burgeroorlog tegen de heersende Hutu’s. In het begin zorgt de burgeroorlog voor politieke en economische onrust. Bovendien worden de etnische spanningen op scherp gezet. Uiteindelijk ontaardt dit in die verschrikkelijke uitbarsting in 1994 waarbij 800.000 mensen vermoord worden.
In juli 1994 brengt de RPF de Hutu-regering ten val en komt er een einde aan de moordpartijen. Paul Kagame wordt in 2000 president en is daarmee het eerste Tutsi-staatshoofd sinds de onafhankelijkheid van Rwanda.
President
Kagame wordt in 1957 geboren in Gitarama, een voormalige provincie in het westen van Rwanda. Als driejarig jongetje vertrekt hij met zijn familie, vanwege het toenemende geweld tegen de Tutsi’s, naar Oeganda. Tijdens zijn vluchtelingenbestaan komt hij in aanraking met voetbal.
‘We maakten voetballen van bananenbladeren’, zo zegt hij, ‘en speelden rond ons kamp en op school, in onze vrije tijd en tijdens de schoolpauzes. Som legden we de hele weg van huis naar school voetballend af. Mijn lagere school stond achttien kilometer van ons huis in het vluchtelingenkamp Gahunge in Toro en de hele weg naar school waren we aan het voetballen.’
Na die tijd krijgt hij minder tijd voor voetbal. In 1979 sluit hij zich aan bij Yoweri Kaguta Museveni’s National Resistance Army (NRA). Kagame vecht jarenlang in het oerwoud van Oeganda. Als Museveni in 1986 de macht grijpt, stelt hij Kagame aan als hoofd van de militaire inlichtingendienst. Die positie bekleedt hij tot 1990. Dan wordt hij hoofd van het Rwandees Patriottisch Front (RFP).
Liefde
De liefde voor voetbal is ontstaan tijdens zijn vluchtelingenbestaan en die passie is niet verdwenen. Kagame vindt dat voetbal volkeren kan verenigen en wonden kan helen. Zo kwalificeerde het nationale team van Rwanda zich in 2004 voor het eerst voor de Afrika Cup. ‘Het gaf een goed gevoel en veel voldoening. Het bewees dat we na die verwoestende genocide in staat waren iets op te bouwen’, aldus de president tegen Namanya.
Kagame spreekt de spelers van het nationale team dikwijls toe. In de rust probeert hij de spelers de motiveren om het beste naar boven te halen. Naar eigen zeggen krijgen de voetballers na zijn preek meer energie en vechtlust.
Niet alleen is Kagame trots op het nationale team, hij heeft ook een zwak voor het Londense Arsenal. Hij kijkt graag wedstrijden van het team. Op zijn vijftigste verjaardag heeft hij zelfs een kaart gekregen van Arsenal-manager Arsène Wenger. Hij is echter nog nooit naar een wedstrijd geweest.
Volgens Namanya zou Kagabe een prima trainer zijn. ‘Hij is een goede motivater, hij houdt van het spelletje en hij inspireert de spelers met mooie woorden. Bovendien eist hij altijd honderd procent van iedereen.’
Ontmoeting
Bovenstaande informatie heeft Namanya gehaald uit een gesprek met de president van Rwanda. Hij was verbaasd over hoe makkelijk en snel dat ging. ‘Ik was erg verrast, het is erg moeilijk om een afspraak te krijgen met mijn eigen president, de Oegandees Yoweri Kaguta Museveni. Het wordt nog moeilijker als ik het over voetbal wil hebben. Bij Paul Kagama is het juist heel makkelijk als je een gesprek wilt hebben over voetbal.’
De president vindt het fijn om een keer niet over politiek te praten maar over zijn grote liefde. Hij heeft een uur met Namanya gesproken. Onbevlogen en zonder pauzes. Waar Namanya anderhalve fles water dronk, was Kagame negentig procent van de tijd aan het woord en dronk hij nauwelijks één glas.
Kagame vindt het fantastisch dat het aankomende WK in Afrika plaatsvindt. ‘Het voelt voor mij alsof niet alleen Zuid-Afrika, maar heel Afrika als gastland optreedt.’ De president zal alle Afrikaanse landen toejuichen als hij de wedstrijden in het stadion gaat bekijken. Stiekem zal hij ook Brazilië aanmoedigen. Het is het land van Pelé, de speler die hij zag spelen aan het begin van zijn liefdesverklaring aan het voetbal.
Het boek ‘Africa United’ verschijnt half april. Volgende week deel 8 waarin Anne Mireille Nzouankeu uit Kameroen centraal staat. Zij schreef een hoofdstuk in het boek over voetbalmigratie van Afrikaanse spelers.








