Ghana stond gisterenavond in de finale en Samuel Oboa, Ghana’s zelfbenoemde nummer 1 fan, stond weer vooraan. Helaas zagen we Oboa niet met zijn beroemde pot. De Ghanese schoenenverkoper is aangevallen door beveiligingspersoneel na de wedstrijd Ghana tegen Burkina Faso.
De beveiligers vielen hem aan omdat ze van mening waren dat er JUJU in de pot zat. Tijdens de schermutselingen is de pot op de grond kapot gevallen. Samuel raakte zelf ook gewond en moest naar het ziekenhuis om zich te laten behandelen. Met gekneusde ribben een opgezwollen gezicht heeft hij het ziekenhuis weer verlaten.
De rekening van de behandeling, 900 dollar, werd betaald met bijdrages van journalisten en Rashid Pelpuo de Ghanese minister van sport. De Ghanese voetbalbond (GFA) heeft een officiële klacht ingediend bij de toernooiorganisatie en eist dat de schade vergoed wordt.
Oboa zelf geeft aan dat hij verdrietig is dat de pot stuk is en dat hij een vervanger gaat zoeken als hij weer terug is in Ghana. Gisteren stond hij weer vooraan bij de finale tegen Egypte, volledig beschilderd maar zonder pot die heeft hij voor deze wedstrijd vervangen voor een ander voorwerp; een gitaar. Ghana verloor, wat volgens mensen die geloven in JUJU vast en zeker aan de gesneuvelde pot van Oboa zal hebben gelegen.
Lucky Dindane, deelnemer aan het project Twenty Ten, heeft vorig jaar een ontmoeting gehad met Samuel Oboa hieronder de vertaling van het artikel. Hier kun je ook een reactie lezen van Lucky op het voorval van afgelopen week.
—–>
Het is een warme zondagmiddag bij het Odaw stadion in Accra and ondanks de vreselijke stank die hier hangt belooft het een prachtige voetbalmiddag te worden met de wedstrijd tussen Ghana’s Black stars en The Desert Hawks van Soedan.
Honderden mensen die hier in de buurt wonen lijken geen last te hebben van de hitte en roepen herhaaldelijk “oboa.” Ze roepen naar Ghana’s zelfbenoemde nummer 1 fan, Samuel Oboa die in de verte komt aangelopen. Hij ziet er een beetje bedrukt uit, in zijn hand een plastic tas met Juju en groene en rode stoffen.
Ik krijg kippenvel als ik in zijn ogen kijk en vraag me af of ik mijn tocht moet doorzetten. Hij leidt me naar een taxistandplaats waar hij en zes vrienden doen waar ze beroemd om zijn geworden; body painting. Ze beschilderen hun lichamen in de kleuren van Ghana, maar in het oog springt vooral de beroemde pot van Samuel. De pot is beschilderd in de kleuren van de Ghanese vlag en Oboa draagt hem op zijn hoofd tijdens de wedstrijd.
De groep gaat een gebouw binnen bij het station en daar doen ze snel hun kleren uit. Met enkele hun ondergoed nog aan beginnen de voorbereidingen voor de wedstrijd. Het oorspronkelijke plan was dat ik ook beschilderd zou worden maar nu ik hun gespierde lijven zie en dan kijk naar mijn eigen lichaam besluit ik het toch maar niet te doen. Zelfs als ik volledig beschilderd was zou iedereen zien dat ik eigenlijk niet bij de groep hoorde.
Deze jongens blazen niet op Vuvuzela’s, ze maken geen muziek en zingen geen liedjes zoals de andere supporters maar krijgen wel enorm veel aandacht. Binnen vijf minuten staan er ongeveer veertig mensen om ons heen die ook hun lichaam beschilderd willen hebben.
“Dit is de reactie die je krijgt als je goed bent in wat je doet. Ik kan er helaas maar zes beschilderen want de verf is te duur. Ik heb geen baan en verdien wat geld met het verkopen van schoenen” verteld Samuel.
Samuel woont in een kleine woning samen met zijn broer. Wat opvalt is dat het kleine huisje niet, zoals bij veel huisjes in Ghana, beschilderd is in de Ghanese kleuren. Het huis ziet er niet uit als het huis van Ghana’s nummer 1 fan, er hangt zelfs geen poster van het elftal en ook zijn beroemde pot staat er niet.
Vreemd genoeg bewaard hij zijn pot in het huis van een vriend. Hij betaald hem twee Ghanese cedis per dag om op de pot te passen. “Ik wil de pot niet bij mij in huis, dat brengt ongeluk. Ik beschilder mijn lijf ook nooit thuis dat doe ik op een plaats waar niemand me kan zien,” vertelt Samuel.
Het bodypainten doet hij als sinds 1991, zijn vriend uit Kumashi, Musafa Suhb heeft het als eerste op hem uitgetest. Sindsdien is het populair in Ghana. Samuel was met zijn pot op het WK 2006 in Duitsland en kreeg daar bijzonder veel aandacht. Het organisatiecomité beloonde hem zelfs met een BMW als prijs voor de beste fan van het toernooi. Die BMW heeft hij overigens daarna nooit meer gezien.
“Ik heb geen opleiding en mensen maken daar misbruik van. Ik weet niet wat er met de auto gebeurt is maar god weet wel raad met ze.” Aldus Samuel.
Als Samuel en zijn vrienden getransformeerd zijn in de kleuren van Ghana met hebben ze nog een half uur om bij het stadion te komen. Het stadion is vijftien kilometer verderop maar een taxi nemen ze niet, ze lopen liever naar het stadion.
Tijdens onze 15 kilometer lange tocht worden we continu nageroepen. De mannen hebben een enorm hoog wandeltempo en ik besluit een taxi te nemen.
Bij het stadion aangekomen zie ik de groep al binnen tien minuten arriveren. Bij het stadion roept een politieagent “Oboa deze kant op.” Hij duwt andere mensen opzij en laat de Samuel het stadion binnen zonder te betalen.
In het stadion wordt er ook ruimte gemaakt zodat we helemaal naar voren kunnen lopen. De hele wedstrijd staan ze helemaal vooraan en zwepen het publiek op door 90 minuten lang te juichen en heen en weer te lopen. De wedstrijd zien ze niet, enkel als Ghana scoort vieren ze de doelpunten mee met de andere fans.
Na de wedstrijd (tegen Sudan voor kwalificatie voor het wk in Zuid-Afrika) die Ghana met 2-0 was de groep niet opgetogen: “Tijd om naar huis te gaan we zijn moe. We zien je volgend jaar in Zuid-Afrika.”
<—-
Simone Scholtz, deelnemer aan het project Twenty Ten, heeft een fotoreportage gemaakt van de fans.








