Door: Selay Marius Kouassi/ TwentyTen
Er ging een golf van opschudding door het Ivoriaanse voetbal toen de spelers van het nationale team door het toenmalige militaire regime werden vastgehouden in een kazerne nadat ze de eliminatieronde van de African Cup of Nations van 2000 niet hadden gehaald. Recente incidenten brachten de bittere herinneringen aan die gevangenneming van de spelers van 2000 weer naar boven, waardoor de sluimerende, ongezonde verhouding tussen sport en politiek in het West-Afrikaanse land wederom werd onderstreept.
Voetbal is goed voor de eer van Ivoorkust, net als die van de meeste Afrikaanse landen. Winst of verlies leiden tot trots of frustraties bij de staatshoofden. Voetbal heeft miljoenen fans in Afrika, waardoor sommige politici in de verleiding komen om het te gebruiken als middel om fans naar zich toe te trekken.
Hoe verder een team komt, hoe meer het desbetreffende land in het nieuws komt. En als het nationale elftal roemloos ten onder gaat, wijten de media dit vaak aan het slechte management binnen de voetbalbond, of een slecht overheidssysteem en falende politieke leiders. Sommige Afrikaanse politieke leiders en militaire regimes tolereren daarom ook geen slechte prestaties van hun nationale voetbalelftal.
Van stadion naar gevangenis
Tijdens de Cup of Nations die werd gehouden in Ghana en Nigeria in 2000, kregen Bonaventure Kalou – de oudere broer van Salomon Kalou van Chelsea – en zijn teamgenoten de woede van het toenmalige militaire regime onder leiding van generaal Robert Guei over zich uitgestort.
Op 24 december 1999 greep het leger de macht na een staatsgreep. Vanuit de Galieni kazerne in centraal Abidjan, riep Robert Guei de spelers en technische staf van de voetbalbond bij zich en waarschuwde hen dat ze niet naar het toernooi gingen om voor zichzelf te spelen, maar voor de eer van het hele land, zoals soldaten die ten strijde trekken.
‘Vergeet niet dat jullie actieve soldaten zijn, soldaten aan het front. […] Jullie moeten de trofee mee naar huis brengen,’ zei de generaal in een bevel dat werd uitgezonden op de staatstelevisie en –radio.
Het succes van The Elephants had het regime kunnen helpen om het vertrouwen van de bevolking te winnen, die de militaire leiders haatte vanwege herhaalde schendingen van de mensenrechten en een hardvochtig overheidssysteem.
Falen en straf
Het ging mis tijdens de African Cup of Nations van 2000 en Ivoorkust was al snel uitgeschakeld in hun groep en eindigde op de laatste plaats van de 16 deelnemende landen.
Op de avond van 31 januari 2000, in het Novotel Hotel in Accra, Ghana, hadden de spelers net gegeten en wilden ze gaan slapen voor hun vlucht terug naar huis de volgende dag. Diezelfde nacht landde het presidentiële vliegtuig op Kwame N’krumah International Airport en kregen de Ivoriaanse spelers het bevel om het land te verlaten en naar Abidjan te gaan. De spelers en staf pakten snel hun spullen en gingen aan boord.
Na een vlucht van een uur landde het toestel op Yamoussoukro Airport, 300 km ten noorden van Abidjan, het economische en politieke centrum van het land. Soldaten brachten het nationale voetbalelftal vervolgens naar de Zambakro kazerne, ongeveer 30 km van Yamoussoukro.
‘Jullie zijn een schande voor het hele land. We hebben jullie bonussen gegeven voor het begin van de African Cup of Nations en jullie hebben geen enkele bezieling laten zien om de beker te winnen. Jullie krijgen op deze kazerne een lesje in vaderlandslievendheid […] de volgende keer dragen jullie geen voetbalshirtje meer maar een soldatenuniform en zitten jullie 18 maanden in een kazerne,’ dreigde de generaal.
In oktober van hetzelfde jaar maakt het land de meest gewelddadige verkiezingen mee uit haar geschiedenis. Na protesten die volgden op de verkiezingsuitslag kwam Laurent Gbagbo aan de macht. Datzelfde jaar werden zijn naaste medewerkers verkozen of benoemd tot de hoofden van de meest vooraanstaande sportorganisaties van het land.
De Ivorianen dachten een tijdlang dat het arresteren van sporters niet langer een issue was, tot kortgeleden fans werden opgepakt en vastgehouden nadat ze hadden gedemonstreerd buiten het hoofdkantoor van de voetbalbond.
Het uiteenslaan van de ongewapende demonstranten die op 28 juli 2010 het ontslag eisten van het hoofd van de Ivoriaanse voetbalbond, als gevolg van de slechte prestaties van het team op het WK van 2010, geeft het verband weer in Ivoorkust tussen sport en politiek. De bonden worden steeds vaker geleid door politici met hoge politieke functies.
De Ivoriaanse ‘twaalfde man’ is gevleid wanneer hij z’n team een overwinning ziet behalen, maar als het fout gaat, wordt hij een bedreiging voor de functionarissen van de voetbalbond die worden berispt en ongenadig worden aangevallen. Alle sportbonden, of het nu gaat om voetbal, basketbal, boksen, handbal of atletiek, worden tegenwoordig geleid door naaste medewerkers van de president.
De Basketball Association staat onder leiding van pastoor Kore Moise, de spirituele vader en speciale adviseur van het presidentiële paar. Kore is een vurig aanhanger van Laurent Gbagbo zijn spirituele zoon, en hij zal het lot bepalen van het Ivoriaanse basketbal. Voetbal, de sport met het grootste aantal fans in het land staat onder leiding van Jacques Anouma, het financiële hoofd van het presidentiële paleis van Ivoorkust en de rechterhand van de president.
Een verbroken belofte
Op de vooravond van de openingswedstrijd van Ivoorkust tegen Portugal op het WK voetbal van 2010, heeft de Ivoriaanse voetbalbond de reis van honderden fans naar Zuid-Afrika gesponsord. Voor hun vertrek hield de bond een conferentie waarop ze te horen kregen welke maatregelen waren getroffen om een aangenaam verblijf van de twaalfde Ivoriaanse man te verzekeren – een algemene term voor de fans. Een comfortabel hotel, drie maaltijden per dag, een dagelijkse toelage en warme kleding waren allemaal toegezegd.
Eenmaal aangekomen in Johannesburg, troffen de fans tegenovergestelde omstandigheden aan. Sommige fans moesten de koude winternacht buiten doorbrengen vanwege logistieke problemen. De dag van de eerste wedstrijd werden de fans enkele minuten na het begin van de wedstrijd naar het stadion gebracht. Ze misten bijna de hele eerste helft.
De voormalige spits van Ivoorkust, Pokou Laurent, was teleurgesteld door de slechte behandeling van de fans en uitte zijn verontwaardiging. ‘Het is een schande voor het hele land om te zien dat fans zo worden behandeld […] Ik weet niet hoe we zoiets kunnen verklaren’.
Ze zaten samen met Brazilië, Portugal en Noord-Korea in groep G. Dit werd de doodsgroep genoemd. Het nationale elftal van Ivoorkust slaagde er niet in om de eliminatieronde te bereiken. De droom van Ivorianen die hoopten dat hun team de volgende ronde zou bereiken werd teniet gedaan toen Drogba Didier en zijn teamgenoten met 3-1 verloren van vijfvoudig kampioen Brazilië.
Jean Louis Billon, de president van de CNSE (de bond voor voetbalfans) stuurde zijn ontslagbrief naar het hoofd van de voetbalbond en stuurde een kopie naar de minister van Sport.
Fans organiseerden een demonstratie en wilden weten hoe dit had kunnen gebeuren. Ze waren ontevreden over de prestaties van het geliefde Ivoriaanse team dat zoveel sterren telde. Fans (verenigd onder de naam MODAF) eisten het ontslag van het hoofd van de voetbalbond en kwamen bij elkaar voor het hoofdkantoor van de bond om hun ongenoegen op vreedzame wijze te uiten. Ze werden beschoten met traangasgranaten en in elkaar geslagen door de oproerpolitie die vijf demonstranten oppakte.
Fans van MODAF vergaten dat Mr Anouma, het hoofd van de bond, een medewerker van de president is en daardoor geheime immuniteit geniet.
De president van Ivoorkust, Laurent Gbagbo, stuurde een brief naar het hoofd van de voetbalbond waarin hij en zijn team werden gefeliciteerd met hun prestatie tijdens het WK in Zuid-Afrika. De brief werd gepubliceerd op de officiële website van de Ivoriaanse voetbalbond (FIF) en in regeringsgezinde kranten.
De brief versterkte de positie van het hoofd van de bond en zette hem ertoe aan om de anti-Anouma activisten tegen te houden die de politieke voetbalpropaganda van de leiders dwarsboomden. De activisten van de MODAG werden met traangas uit elkaar gedreven en vijf van hen werden opgepakt.
‘We zijn niet uit op het hoofd van de politieke leider Anouma, we eisen alleen zijn vertrek uit de bond aangezien hij niet de noodzakelijke vaardigheden heeft om het Ivoriaanse voetbal te leiden,’ zei Lallié Olivier, de president van MODAF.
Maar hoe maak je het onderscheid tussen de politieke leider en de sportmanager in een land waarin het bezetten van zowel een politieke als een sportieve functie eerder regel dan uitzondering is geworden?
De paradoxale houding van de overheid laat de minachting voor voetbal zien in de persoonlijke agenda van Ivoriaanse politici. Het laat ook zien dat voetballers en fans soms worden gegijzeld door overheidsfunctionarissen die voetbal willen gebruiken voor politieke propaganda.
Een propagandamiddel
‘Politieke leiders worden steeds minder populair nadat ze keer op keer de verkiezingen hebben uitgesteld en er niet in zijn geslaagd om te voldoen aan de verwachtingen van de bevolking. Ze hebben hun campagnebeloftes niet nageleefd en ze konden niet voorkomen dat het land in een burgeroorlog werd gestort […] zei You Benoît, de persvoorlichter van de ASEC, een top voetbalclub in Abidjan, in een poging te verklaren waarom politici zich zo graag bemoeien met de voetbalbond.
‘Voetbalspelers hebben het land weer vrede gebracht en ze brengen vele mensen nog steeds vreugde. […] politici zoeken echter naar alternatieven om het vertrouwen van de wanhopige bevolking te winnen: ze gebruiken de populariteit van het spel en de roem van de spelers om hun eigen imago op te vijzelen […]. Ze denken dat ze hun geheime, politieke agenda ten uitvoer kunnen brengen als ze de sportbonden beheersen. Daarom houden ze zich nu bezig met voetbal, voegt Benoît er nog aan toe. Hij walgt duidelijk van de inmenging van politici op het sportieve vlak.
‘Super Sport’, een groot sportdagblad in Ivoorkust, heeft onlangs nog kritiek geleverd op het feit dat het staatshoofd zich bemoeit met de sportieve agenda van de voetbalbond. Het is inmiddels traditie geworden dat president Laurent Gbagbo de spelers van het nationale elftal ontmoet wanneer ze zich aan de vooravond van een belangrijke wedstrijd verzamelen in Abidjan. Deze bijeenkomsten worden breed uitgemeten in de media.
Enkele dagen voor het ‘oranje team’ naar Zuid-Afrika vloog, bezocht Francis Wodie, de leider van de PIT, een oppositiepartij, hen in het Houphouet Boigny Stadium, in Abidjan. Hij liep zelfs het veld op en de spelers en technische staf moesten alles stilleggen en naar hem luisteren. De volgende dag bezocht een lid van de RDR, een grote oppositiepartij onder leiding van Dr Alassane Dramane Ouattara het team terwijl ze logeerden in het Golf Hotel in Abidjan. Wodie en Ouattara kwamen vervolgens allebei op televisie.
De aanwezigheid van The Elephants betekent een groter publiek voor politici, maar hun aanwezigheid legt te veel druk op de spelers en de prestaties van het hele team kunnen eronder lijden, aldus Abdoulaye Traoré, de legendarische spits van Ivoorkust en winnaar van de African Cup of Nations van 1992.
Succes hangt af van veel factoren, maar de sleutel tot ons succes in 1992 was zeker het feit dat politici zich niet met ons bemoeiden. We konden vrij spelen, zei Abdoulaye Traoré in de chique Riviera Golf voorwijk van Abidjan.
Ik heb lang voor het nationale elftal gespeeld tot ik Felix Houphouet Boigny ontmoette, de voormalige president van Ivoorkust. We hebben hem pas ontmoet nadat we in 1992 de African Cup of Nations hadden gewonnen in Senegal […]. Mijn teamgenoten en ik bezochten hem met de beker in onze handen. We hadden hem daarvoor nooit persoonlijk ontmoet, voegt de voormalige topscoorder van FC Metz (Frankrijk) er nog aan toe.
De toenmalige president van DRC, wijlen president Mobutu Sese Seko, stuurde in 1974 alle 22 leden van het voetbalteam de gevangenis in na hun slechte prestatie. Ze hadden niet gescoord, maar kregen 14 doelpunten tegen na drie wedstrijden tijdens het WK in Duitsland.
Sekou Toure, de politieke leider van Guinee, sloot spelers van Hafia FC in 1976 op in het beruchte folterkamp ‘Mamadou Boiro’ en tekende een verordening die hen verbood om mee te spelen in welke competitie dan ook omdat ze er niet in waren geslaagd om het Algerijnse Mouloudia te verslaan tijden het African Football Clubs Tournament.
Generaal Guei Robert, het hoofd van het heersende militaire regime in Ivoorkust sloot in 2000 Ivoriaanse spelers die hadden deelgenomen aan de 22e African Cup of Nations op in de Zambakro kazerne om hen een ‘les in vaderlandsliefde te leren,’ zoals hij het uitdrukte.
Ivoriaanse spelers die deelnamen aan het WK van 2010 in Zuid-Afrika haalden de koppen van sportbladen uit de hele wereld. Ivoriaanse politici zijn voorzichtig: ze durven het niet aan om te reageren zoals Mobutu Sesse Seko, Sekou Toure of Guei Robert. Als het fout gaat met het team, zoeken ze dan ook een andere zondebok voor de mislukking.
Toen hem werd gevraagd waarom hij abrupt werd ontslagen nadat Ivoorkust had deelgenomen aan het AFCON van 2010, slechts enkele maanden voor het WK van 2010, zei Vahid Halilhodzic, de voormalige trainer van The Elephants tegen een plaatselijke Ivoriaanse krant dat zijn onverwachte ontslag eerder te wijzen was aan de politiek dan aan zijn functioneren.
De sterke interactie tussen politiek en sport en de onzichtbare scheidslijn tussen die twee kan het falen van de nationale ploeg van Ivoorkust tijdens het WK van 2010 in ieder geval gedeeltelijk verklaren.








