In Marcs oude doos dit keer deel 3 van een drieluik serie over Jatto Ceesay, de Gambiaanse aanvaller die in 1995 bij Willem II neerstreek. Klik hier voor deel 1 en deel 2.
Acht maanden later. Het kantoor van Martin van Geel bevindt zich vlakbij het spelershome in het stadion. De technisch manager van Willem II blikt terug op het functioneren van Jatto Ceesay.
Zijn aanpassing aan de nieuwe voetbalomgeving is niet zonder strubbelingen verlopen. Nadat Ceesay tegen Hilvaria zijn debuut in het tweede had gemaakt, begonnen al snel de invalbeurten in het eerste team van Willem II. In het begin kreeg hij kritiek van de plaatselijke pers. Over zijn eerste invalbeurt schreef het Brabants Dagblad. ‘Vooral Ceesay liep over van goede bedoelingen. Maar zijn struikelingen en inefficiënte acties waren een doorn in het oog van collega John Lammers.’
Stijf gescholden
Vlak voor de winterstop maakte Ceesay zijn debuut in de basis van Willem II, in een uitwedstrijd tegen Sparta. Hij werd al na 35 minuten gewisseld en op de televisie was gezegd dat hij dramatisch slecht speelde. ‘Het mislukte totaal’, had Hans Visser na de wedstrijd gezegd. ‘Hij werd stijf gescholden door de jongens. Na de wedstrijd zat hij helemaal in een dip. We hebben gezegd dat hij zich niet alles persoonlijk moest aantrekken. Het is nu eenmaal een cultuurtje in Nederland om op het veld te schelden. Buiten het veld is alles weer vergeten.’
Ook Jan van Gool was de volgende dag meteen naar hem toegegaan. ‘Mijn zus (de hospita van Ceesay) zei dat ze Jatto nog nooit zo in de put had gezien. Ik heb een uur met hem gesproken. Hij vertelde me dat hij naar huis wilde. Het zat hem vooral dwars dat er zo op hem gescholden was. Dat was hem in Gambia nog nooit overkomen. Hij had het als vernederend ervaren.’
Een maand later braken er betere tijden aan. Ceesay startte in de basis tegen Ajax. Willem II maakte die middag een einde aan de ongeslagen competitiestatus van Ajax die meer dan een jaar had geduurd. Ceesay speelde een zeer behoorlijke wedstrijd en gaf de aanzet voor de actie waaruit het enige doelpunt kwam.
Verschillende stemmingen
Martin van Geel omschrijft de Gambiaanse speler als volgt: ‘Jatto is een jongen die verschillende stemmingen heeft. Hij kan het ene moment heel uitbundig en open zijn en daarna weer heel gesloten. Hij is erg geobsedeerd om te slagen als voetballer. Op de momenten dat hij voelt dat het gaat lukken dan fleurt hij helemaal op. Maar op de momenten dat het tegenzit, dan zakt hij volledig terug en sluit hij zich af voor de buitenwereld.’
Voetbaltechnisch is Van Geel zeer tevreden. ‘We willen graag met hem door en zijn tevreden over de manier waarop hij dingen oppikt. De technische staf heeft een positief advies aan het bestuur gegeven. Jatto is alleen nog te snel teleurgesteld als dingen niet lopen zoals hij dat wenst. Dat voelde ik al na het eerste gesprek met hem. Hij had het idee dat hij zich met alle gemak in het eerste zou spelen. In Gambia wordt hij misschien op handen gedragen, hier is hij een van de 22 spelers. Maar hij heeft zonder meer de capaciteiten om een volwaardige eredivisiespeler te worden. Op de trainingen maakt hij dat al meer dan voldoende waar. Tijdens de wedstrijden heeft hij nog te veel last van spanning. Hij wilt het te goed doen en legt te veel druk op zichzelf.’
Thuis zit Jatto Ceesay gespannen te wachten. Hij wil onmiddellijk weten wat Martin van Geel allemaal gezegd heeft en is opgelucht als blijkt dat de boodschap overwegend positief is. Ieder moment verwacht hij namelijk uitsluitsel over een nieuw contract. Door de woorden dat de technische staf een positief advies heeft uitgebracht aan het bestuur, weet hij vrijwel zeker dat dit nieuwe contract in zijn broekzak zit. Ontspannen onderuit gezakt op de bank blikt hij dan ook terug op zijn eerste acht maanden in Nederland. Hij vertelt dat de eerste maanden moeilijk waren. ‘Ik wist nog niet veel over Nederland, vooral niet op het gebied van geld, reizen en uitgaan. Nu ga ik overal heen.’
Racisme
Moeilijk was het vooral om vrienden te krijgen. Dat lag zeker niet aan het feit dat Ceesay zich passief opstelde. ‘Ik ging vaak in mijn eentje naar nachtclubs en cafés’, zegt hij. ‘Dat is beter dan alleen thuis te zitten. Ik kon zo de mensen observeren en dan leer je toch weer iets meer over de gewoonten van de Nederlanders. Soms raakte ik dan aan de praat met mensen, meestal niet.’
In de acht maanden heeft Ceesay ook een aantal vervelende ervaringen meegemaakt. ‘Ik ben drie keer in Amsterdam geweest’, zegt hij. ‘Daar heb ik van racisme helemaal niets gemerkt. Maar Tilburg is een kleine stad; daar zijn ze niet gewend aan mensen uit een andere cultuur. Ik zie het soms aan de manier waarop mensen naar me kijken.’
Maar een aantal keren heeft hij het ook heel direct ervaren. ‘Ik ben in twee nachtclubs geweigerd. De eerste keer was ik alleen. Ze gaven geen reden waarom ze me weigerden. De tweede keer was ik met twee jongens uit Congo en Ghana. Toen hadden we helemaal geen schijn van kans. Ze zeiden dat we geen lid waren. Ondertussen zag ik iedereen zonder pasje naar binnen gaan.
Later ging ik er eens naartoe met keeper Jimmy van Fessum. We kwamen er toen zonder problemen in. Hij was ook helemaal geen lid.’ Over deze ervaringen is Ceesay behoorlijk gefrustreerd. ‘In mijn land kan ik overal heen, daar kent iedereen me.’
Epiloog
Jatto Ceesay groeide uit tot een van de publiekslievelingen van Willem II. Hij speelde van 1995 tot en met 2003 bij de Tilburgse club. In de zomer van 2003 vertrok hij naar Al-Hilal in Saoedi-Arabië. Hij keerde in de winterstop van 2004 weer terug in Tilburg om in 2006 te vertrekken naar Cyprus. Nog 1 keer keerde hij terug naar Nederland om in 2007 voor FC Omniworld in Almere te gaan voetballen. Hierna keerde hij weer terug naar Cyprus. Jatto Ceesay in inmiddels 35 jaar en kan terugkijken op een geslaagde loopbaan als profvoetballer.








