Marcs oude doos: Jatto Ceesay, troetelkind

Geschreven door op 3 februari 2010

In Marcs oude doos dit keer deel 1 van een drieluik serie over Jatto Ceesay, de Gambiaanse aanvaller die in 1995 bij Willem II neerstreek..

Schiphol 19 augustus 1995. Vol verwachting tuurt de delegatie van Willem II over de hoofden van de tientallen vakantiegangers die gebruind zijn teruggekomen. Waar blijft Jatto Ceesay, de nieuwe aanwinst van de Tilburgse eredivisieclub? De speler komt uit Gambia, dat een populaire vakantiebestemming is geworden. Hij heeft in ieder geval het voordeel dat hij goedkoop kan vliegen naar zijn vaderland, omdat Transavia chartervluchten onderhoudt. Het welkomstcomité van Willem II is zorgvuldig samengesteld uit mensen die affiniteit hebben met Afrika. Jeugdtrainer Jan van Gool is actief binnen de stichting Sportontwikkeling Burkina Faso en geeft al jaren cursussen aan aspirant-trainers uit dit West-Afrikaanse land. Bestuurslid Hans Visser en zijn vrouw Will zijn ook een keer meegeweest naar Burkina Faso om een bestuurscursus te geven en zijn daarnaast betrokken bij ontwikkelingshulp aan Rwanda. Bovendien krijgen ze binnenkort twee Afrikaanse jeugdspelers in huis.

Oude kaftan
Will Visser is de eerste die de voetballer in het oog krijgt. ‘Kijk, daar is hij’, roept ze uit, alsof een filmster arriveert. Een aantal omstanders kijkt dan ook nieuwsgierig naar de Afrikaanse jongen die een prachtige oude kaftan draagt. Jatto Ceesay is zichtbaar opgelucht dat hij bekenden ziet. Het zijn dezelfde mensen die hem tijdens een oefenstage in mei begeleidden. Hij wordt omhelsd en er worden foto’s gemaakt.

De voetballer open zijn bagage en haalt er een pakje uit. ‘Dit is een cadeau van meneer Conateh, de voorzitter van de Gambiaanse voetbalbond, aan het bestuur van Willem II.’ Hans Visser pakt het presentje nieuwsgierig uit. Het blijkt een opgerolde foto van meneer Conateh zelf te zijn. Jan van Gool en Will Visser kunnen een heimelijke glimlach niet onderdrukken. ‘Wat hebben de Nederlandse kranten allemaal over mijn komst geschreven?’vraagt Jatto nieuwsgierig. De Gambiaan heeft duidelijk het idee dat hij hier als een grote vedette wordt gezien, net als in zijn eigen land. Daar was hij tenslotte een sterspeler in het nationale team.


Seks op het strand
Tilburg, drie dagen later. Jatto Ceesay maakt zijn debuut in het tweede elftal van Willem II. De speler is ondergebracht bij een hospita, die niet toevallig de zuster van Jan van Gool is. Hij zit ontspannen aan zijn ontbijt, gekleed in een grijs trainingspak en op blote voeten. Ceesay maakt een opgeruimde indruk en dat heeft een reden. ‘Ik heb gisteren met mijn vriendin in Gambia gebeld’, zegt hij. ‘Heb je gezien hoe mooi zijn vriendin is?’ roept hospita Jeanne Pelkmans vanuit de keuken. ‘Kijk maar naar dat stapeltje foto’s op de tafel.’ Op de foto’s staat een mooi meisje in traditionele kleding. Ook ligt er een foto bij van de voetballer en een aantal andere spelers die op audiëntie zijn bij de president van het land.

‘Jatto, telefoon’, zegt Pelkman. ‘Martin van Geel wil je spreken.’  De technisch manager van Willem II zegt dat hij Jatto over twintig minuten komt ophalen om bij voorzitter Wim Groels het officiële contract te tekenen. Anders kan de speler vanavond niet worden opgesteld. Ceesay gaat zich boven omkleden en komt weer naar beneden in een spierwit T-shirt met een opmerkelijk opschrift: sex on the beach. Op het shirt staat een afbeelding van een cocktailglas met daarnaast de ingrediënten van een cocktail die blijkbaar ‘sex on the beach’ heet. In dit tenue gaat hij naar een deftige voorzitter die zijn spelers verbiedt om lang haar en oorbellen te dragen.

Lievelingsbandje
In Martin van Geels auto stopt Ceesay onmiddellijk zijn lievelingsbandje in de cassetterecorder. ‘Jatto, we moeten nog een aantal formaliteiten regelen, zoals een ziektekostenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering.’  Van Gool spreekt de naam van de verzekeringen in het Nederlands uit.  Ceesay kijkt fronsend: ‘Wat zei je?’  Van Geel slaakt een zucht. ‘Hoe zeg je zoiets in het Engels?’ Ook moet er nog een bankpasje worden geregeld. Dat begrijpt de speler maar al te goed. ‘Voor het bellen naar Gambia hebben we ook een oplossing gevonden’, vervolgt Van Geel. ‘Je krijgt maandelijks een telefoonkaart. Daarmee kun je bellen naar huis vanuit het stadion. Als de kaart voor het eind van de maand op is, dan moet je zelf een nieuwe kopen. Denk eraan dat je niet bij de hospita belt.’  Ceesay knikt lachend. Hij begrijpt het.

Martin van Geel parkeert zijn auto voor het stadion en loopt direct naar de bestuurskamer. De Gambiaanse voetballer neemt plaats en kijkt rustig om zich heen naar de grote vergadertafel en de bar. Van enige gespannenheid lijkt geen sprake. Na enkele minuten komt voorzitter Wim Groels binnen. Hij geeft een vluchtige hand, legt de papieren op tafel en komt meteen ter zake. Hoewel hij verschillende malen naar Ceesay’s T-shirt kijkt, zegt Groels er niets van. Binnen vijf minuten zijn de formaliteiten klaar, bezegeld met een ferme handdruk en de gelukswensen van de voorzitter.

Volgende week het tweede deel van Jatto Ceesay, troetelkind.

Deel met anderen:
  • Print
  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • PDF
  • RSS
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • Twitter
Line Break

Auteur: Marc Broere (100 Articles)

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van lokaalmondiaal. Hij is schrijver van de boeken Afrika Voetbalt! en Het Zout van Afrika, sporthelden van een dynamisch continent.

1 reactie
  1. Annemieke Alewijnse-Kortmann
    2:56 pm op 12 februari 2010

    Beste Marc,

    Ook ik ben in ‘de oude doos’ in de vorm van een ordner aan het kijken. Zie je brieven en zou het leuk vinden te weten hoe het je anno 2010 vergaat.

    Kunnen wij niet linken op linked-in.com. Het lukte mij niet om je van daaruit een uitnodiging te versturen. Kijken of dit werkt.

    Hartelijke groet,
    Annemieke Alewijnse-Kortmann

Stuur een reactie