Ieder jaar hangen voetbalhelden hun voetbalschoenen aan de wilgen. De meeste van hen verdwijnen langzaam uit het collectieve geheugen. Roadto2010 houdt de herinnering aan deze Vergeten Voetballers levend. Deze week: Mark Fish.
Met een 2-0 overwinning op Tunesië verovert het Zuid-Afrikaanse voetbalelftal in 1996 de Afrika Cup. Een doorbraak in het internationale voetbal voor Bafana Bafana, na decennia van sportisolement. Het merendeel van de spelers is zwart, maar de populairste international is blank, de eenentwintigjarige verdediger Mark Fish.
Mark Anthony Fish wordt geboren op 14 maart in Kaapstad. Na het scheiden van zijn ouders vertrekt de jonge Fish naar Pretoria, de bestuurlijke hoofdstad van Zuid-Afrika. Daar volgt hij les op de Pretoria Boys’ High-school, een school waar in die dagen vooral gerugbyd wordt en voetbal als een ‘zwarte’ sport gezien wordt. Fish heeft het er niet erg naar zijn zin. ‘Het verbaast me dat Robbie Brink (van de Springboks, het nationale rugbyteam, red.) wordt beschouwd als de eerste international die de school voorbracht, terwijl ik al meerdere keren voor Bafana had gespeeld toen Brink geselecteerd werd.’
Fish begint met voetballen bij Arcadia Shepherds, een amateurclub in Pretoria. Roy Matthews, de Schotse coach van Jomo Cosmos, een club in de Zuid-Afrikaanse eerste divisie, ziet de jonge centrale verdediger spelen en vraagt of Fish zijn team wil komen versterken. Op 17-jarige leeftijd maakt Fish zijn debuut voor de club. ‘Cosmos was geen grote club zoals Kaizer Chiefs of Orlando Pirates. Matthews en Jomo Sono (vandaar de naam, red.), een van de grootste voetballers die Zuid-Afrika ooit voortbracht, zwaaiden de scepter toen ik er kwam spelen. Ik speelde veertien wedstrijden in mijn eerste en 41 in mijn tweede seizoen.’
Jomo Cosmos
In 1993 bereikt de ploeg, met Fish als centrale verdediger, geheel onverwacht de halve finale van de African Cup Winners’ Cup. Fish en de zijnen bereiken de finale niet: Jomo Cosmos verliest van Africa Sports National uit Ivoorkust.
In 1994 verkast Fish naar Orlando Pirates, de oudste club van het land. De voetballer voelt zich thuis bij zijn nieuwe club, hij komt tot bloei. In zijn eerste seizoen wordt Orlando voor het eerst in jaren landskampioen. Fish wordt uitgeroepen tot speler van het jaar. In 1995 wint Orlando de African Champions’ Cup, de Afrikaanse Champions League. Orlando is de eerste niet Noord-Afrikaanse club in elf jaar tijd die de Cup op zijn naam schrijft.
Ongelofelijk
Nog geen jaar later houdt Fish een nog grotere cup omhoog: de Afrika Cup. ‘Als je erover nadenkt was onze prestatie echt opmerkelijk, ongelofelijk zelfs.’ Zuid-Afrika is in 1996 voor het eerst aanwezig op een Afrika Cup-eindtoernooi. Het land werd tot 1992 van toernooien geweerd door de FIFA en de CAF en wist zich in 1994 niet te plaatsen. ‘Onze eerste poging was meteen een succes. We versloegen Kameroen, Angola, Algerije, Ghana en Tunesië, dat had niemand verwacht’, aldus Fish, die coach Clive Barker en “Madiba” (Nelson Mandela) beschouwt als de drijvende krachten achter de triomf.
‘Mandela groette ons en juichte ons toe vanaf de tribune en bezocht het team na afloop van de wedstrijden in het hotel om ons een hart onder de riem te steken. Onze president is een bijzondere man, we vereerden hem’, aldus Fish later tegen FIFA.com. Sommigen vinden Fish’ openbare lofzang op de eerste zwarte president opvallend, maar de voetballer ziet dat niet zo.
‘Ik ben geen kind van de apartheid. Mijn beste vriend is Edward Motale, een zwarte teamgenoot van Orlando Pirates. We gaan samen uit en bezoeken de townships. Voor mij zijn er slechts mensen, geen zwarten of blanken’
Ruw en onvoorspelbaar
Na het winnen van de Africa Cup wordt Fish de held van de natie. In de media presenteert hij zich zoals op het veld: ruw en onvoorspelbaar. Als hem na de finale wordt gevraagd hoe het is om een held te zijn zegt Fish niets, hij laat zijn broek zakken. Ook vertrouwt hij een journalist van de Cape Times toe dat hij in zijn vrije tijd gedichten schrijft. Na lang zeuren krijgt de reporter er eentje mee. De volgende dag staat Fish paginagroot grijnzend naast het bewuste gedicht afgedrukt. Later blijkt dat het een gedicht van Jim Morrison van de Doors betreft.
Lazio Roma lokt de Zuid-Afrikaan naar Europa. De keuze voor Italië is opvallend, omdat Fish ook een aanbod van Manchester United kreeg, een club die in zijn geboorteland erg populair is. Fish’ commentaar: ‘Het zijn allebei mooie clubs, maar Lazio heeft me een goed contract aangeboden. Ik hoop net zoveel indruk te maken als grote Zuid-Afrikaanse voetballers Steve “Kalamazoo” Mokone en Eddie Firmani.’
Feesh
Fish blijft een jaar in Italië. In 1997 verhuist hij toch naar Engeland om voor Bolton Wanderers te spelen. Fish maakt indruk, maar weet niet te voorkomen dat de club een jaar na zijn komst degradeert uit de Premier League. De drie seizoenen die volgen speelt Bolton een divisie lager, in de Football League First Division. Fish wordt een cultheld. Het publiek scandeert “Feesh, Feesh” als hij het veld op loopt en in de fanshop worden hoofddeksels in de vorm van een vis verkocht.
Na twee jaar eerste divisie wordt Fish samen met ploegmaat Claus Jensen aangetrokken door Charlton Athletic. Voor die club speelt hij 102 wedstrijden. In 2005 heeft Charlton hem niet meer nodig en wordt hij uitgeleend aan Ipswich Town, waar hij nauwelijks aan spelen toekomt. Door een steeds terugkerende kruisbandblessure besluit hij in 2006 zijn pensioen aan te kondigen.
Ambassadeur
In 2007 keert hij terug. Tenminste, zo lijkt het. Hij tekent een contract bij zijn oude ploeg Jomo Cosmos, maar komt niet aan spelen toe. De laatste jaren zet Fish zich in voor het promoten van voetbal in Afrika. Daarnaast is hij ambassadeur van het WK 2010.
Over de kansen van Afrikaanse landen is hij positief. ‘We hebben de beste spelers van de wereld. Als deze spelers net zo goed spelen als ze voor hun clubs doen, dan hebben we een kans.’ De fans spelen ook een rol, denkt de vedette. ‘De Zuid-Afrikanen zullen voor ieder Afrikaans land juichen, niet alleen voor Bafana Bafana.’








