Weerspiegelt Bafana Bafana de Regenboognatie?

Geschreven door op 4 juli 2010

Foto: Andrew Esiebo/Twenty Ten

George Singh moet zich welhaast omdraaien in zijn graf. Singh was een voetbalfan van Indiase komaf die grote offers bracht in zijn strijd om racisme uit het Zuid-Afrikaanse voetbal te bannen ten tijde van de apartheid. Hij zou nu moeten constateren dat zijn strijd een omgekeerd effect heeft gehad.

Door Joe Opio/The New Vision/Twenty Ten

Na de openingsdag van het WK op 11 juni heeft het hele land zich verenigd achter de nationale ploeg, de Bafana Bafana. Maar zelfs die steun kan niet verhullen dat het Zuid-Afrikaanse team bijna volledig uit zwarte spelers bestaat. En dus is de vraag gerechtvaardigd of het nationale elftal de demografische opbouw van de Regenboognatie weerspiegelt.

Super Naidoo is een Zuid-Afrikaanse voetballegende die zijn vaardigheden ontwikkelde tijdens de donkere dagen van de apartheid. Dankzij zijn enorme versnellingen voelde deze veelzijdige speler zich op z’n gemak in zowel de aanval als de verdediging. Naidoo betreurt wat hij noemt een ‘systematische en bewuste poging om het plaatselijke voetbal te Afrikaniseren’.

Indiase voetballers
Naidoo: ‘Het is een ironisch feit: ten tijde van de apartheid waren er veel uitstekende Indiase voetballers. Deze spelers mochten echter niet uitkomen voor Zuid-Afrika, omdat zij niet wilde dat het land deel zou uitmaken van wereldvoetbalbond FIFA vóórdat het apartheidssysteem was verdwenen.’

‘De Indiase spelers gebruikten het voetbal om de apartheid te bestrijden zodat ze de kans kregen om hun land te vertegenwoordigen. Met het verdwijnen van de apartheid is het Indiase voetbal afgegleden en telt het voetbal slechts enkele vertegenwoordigers van deze bevolkingsgroep.’

Naidoo herinnert zich nog hoe gerenommeerde clubs, zoals Moonlighters FC, Berea, Maritzburg en Manning Rangers, bestonden uit Indiase spelers. Deze clubs hielpen plaatselijk talent op weg en Naidoo heeft er moeite mee dat het einde van de apartheid ook de ondergang inluidde van deze roemrijke periode.

‘Ik zou het kunnen begrijpen dat ze proberen om van voetbal een puur Afrikaanse sport te maken als alleen de Afrikanen hadden gestreden voor voetbal tijdens de apartheid,’ zegt hij. ‘Maar het feit dat we naast elkaar streden en het feit dat de Indiase mensen de rassenscheiding hebben doorbroken betekent dat we net zoveel, mogelijk zelfs meer, recht hebben om te worden vertegenwoordigd als ieder ander ras in de Bafana Bafana. Maar we zijn uitgerangeerd, veel meer dan welk ander ras dan ook.’

Kritische blik
Naidoo meent dat een kritische blik op de samenstelling van de Bafana Bafana en het aantal Indiase mensen dat meespeelt sinds Zuid-Afrika opnieuw werd toegelaten tot de FIFA, zijn veronderstelling zal bevestigen. ‘Zuid-Afrikaans voetbal was vroeger toegankelijk voor iedereen,’ zegt Naidoo. ‘Kijk maar naar het Zuid-Afrikaanse team dat in 1996 de Afrika Cup won.’

‘Dat team had een evenredige verhouding van Afrikanen, mensen van gemengde afkomst, Indiase spelers en de aanvoerder was blank. Vergelijk dat eens met het team dat heeft meegedaan met het WK van 2010 en je zult zien dat er een systematische en bewuste poging is ondernomen om het plaatselijke voetbal te Afrikaniseren.’

De frustratie van Naidoo komt voort uit zijn overtuiging dat het Zuid-Afrikaanse voetbal nooit zou zijn ontstaan zonder de inzet van Indiase spelers zoals Singh en dat het WK zonder hen ook niet in Zuid-Afrika zou zijn gehouden.

Advocaat
George Singh, die in 1930 in Durban is geboren uit ouders van Indiase afkomst, was een succesvolle advocaat, maar zijn liefde voor voetbal en zijn hevige verzet tegen het discriminerende apartheidsbeleid zette hem ertoe aan om zich in te zetten voor niet-racistische sport in zijn land.

Hij was de Secretaris-Generaal van de South African Indian Football Association, die hij gebruikte als platform voor de oprichting van de niet-racistische South African Soccer Federation (SASF).

Singh zette zich onvermoeibaar in voor zijn kruistocht om alle Zuid-Afrikaanse sporters samen te laten spelen. In 1955 leidde hij een SASF-delegatie die bij de FIFA pleitte voor erkenning op basis van het feit dat de SASF 92 procent van alle Zuid-Afrikaanse voetbalfans vertegenwoordigde. Ter vergelijking: de erkende Football Association of South Africa (FASA) bestond geheel uit blanken en vertegenwoordigde slechts 18 procent van de bevolking.

Dat was het begin van een campagne die in 1961 leidde tot de schorsing van de FASA, wat gevolgd werd door volledige uitsluiting. De pogingen van Singh kregen de aandacht van het apartheidsregime, met name toen hij buiten het voetbal om de slogan “geen normale sport in een abnormale samenleving” hanteerde.

Racisme
Ondanks doelgerichte pesterijen vanuit de overheid door de beruchte Special Branch, greep Singh iedere gelegenheid aan om racisme in de sport aan te vallen. Hij zorgde er zelfs voor dat het Davis Cup tennistoernooi niet in Zuid-Afrika werd gehouden en hij bracht het Hooggerechtshof van Natal tot de uitspraak dat het niet illegaal was wanneer mensen van verschillende rassen met elkaar een sport beoefenden. Als dank werd het de volhardende Singh vijf jaar lang verboden om te sporten in clubverband.

Singh overleed in 1984 aan een longontsteking, zeven lange jaren voor zijn visie van een multiraciaal Zuid-Afrikaans team als lid van de FIFA werkelijkheid werd. Voor zijn ‘uitmuntende bijdrage’ aan het voetbal, anti-racisme, anti-sexisme en rechtvaardigheid in sport en samenleving kreeg Singh postuum de Silver Order of Ikhamanga, een Zuid-Afrikaans eerbewijs dat door de president wordt toegekend voor prestaties in kunst, cultuur, literatuur, muziek, journalistiek en sport.

Principes
Naidoo staat erop dat deze erkenning en het feit dat Zuid-Afrika door het WK volledig werd toegelaten, de SAFA functionarissen ertoe moet aanzetten om terug te keren naar de principes van hun voorgangers. ‘De SAFA moet weerstand bieden aan de neiging om voetbal te maken tot wat rugby en cricket vroeger waren, voor de quotasystemen werden ingevoerd,’ aldus Naidoo.

‘Geen enkele sport mag het exclusieve domein zijn voor een bepaald ras in Zuid-Afrika. Singh en andere idealisten zoals hij begrijpen dit. Sport kan rassengrenzen overschrijden en de SAFA moet de nalatenschap van de mensen die haar hebben opgericht levend houden.’

Naidoo stelt met klem dat het huidige beleid van de SAFA zelfs een negatieve bijdrage heeft geleverd aan de sport die hij zo liefheeft en koestert. ‘Het team is niet meer zo gevarieerd en getalenteerd als in 1996,’ zegt hij.

‘Zuid-Afrika is een land van verschillende rassen en de SAFA moet dat gegeven inzetten en een team samenstellen met een brede basis. Daar ging het allemaal om in 1996. We hebben de vaardigheden en talenten van deze verschillende rassen gebundeld en een buitengewoon team samengesteld dat de wereld verraste. Nu hebben we een team van mensen met allemaal dezelfde eigenschappen: snelheid en kracht.’

Liefde voor het spel
Naidoo houdt vol dat mensen van Indiase afkomst in Durban de Bafana Bafana nog steeds van ganser harte steunen, ook al zijn ze er niet in vertegenwoordigd. Hun liefde voor het spel is er niet minder om geworden.

‘De Indiase bevolking is dol op voetbal, laat daarover geen twijfel bestaan. We zitten dan wel niet in de Bafana Bafana, maar zoals je hier in Durban ziet, staat de Indiase bevolking voor 100 procent achter het team.’

Maar voor hoe lang? Naidoo kijkt naar oorzaak en gevolg, en stelt dat wanneer de Indiase bevolking een Bafana Bafana steunt waarin geen spelers zitten waarmee ze zich kunnen identificeren, die huidige steun na verloop van tijd zal slijten.

‘Zo gaat het ook met voetballers. Fans trekken zich ook terug als ze zich niet meer kunnen identificeren met de spelers die ze bejubelen, en dat geldt ook voor ontluikende voetballers. Ik bedoel, veel Afrikanen gaan nu voetballen omdat ze [Aaron] Mokoena en [Siphiwe] Tshabalala als rolmodel hebben.’

Ambitie
Naidoo stelt dan de vraag: ‘Maar hoe zit het met Indiase mensen die willen gaan voetballen? Hoe kan een Indiase jongen de ambitie levend houden om voor de Bafana Bafana te gaan spelen, als er geen Indiase spelers in het team zitten? De laatste Indiase speler in het Zuid-Afrikaanse nationale elftal was Zane Moosa in 1996. Dat is lang geleden.’

‘Jonge mensen van tegenwoordig moeten zien dat hun ambities haalbaar zijn. De SAFA moet een opzet maken waarbij multiraciaal talent wordt aangetrokken dat de ruggengraat van de Bafana Bafana zal vormen.’

Naidoo, kan dan wellicht niet in de voetsporen treden van George Singh, maar het lijdt weinig twijfel dat Singh een soortgelijk pleidooi zou hebben gehouden als hij er nog was geweest om te zien dat zijn droom van een multiraciaal Zuid-Afrikaans voetbal teniet werd gedaan door een nationale ploeg die de bekroning op zijn werk had moeten zijn.

Deel met anderen:
  • Print
  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • PDF
  • RSS
  • StumbleUpon
  • Technorati
  • Twitter
Line Break

Auteur: Twenty Ten (151 Articles)

Twenty Ten

Het project Twenty Ten richt zich op het versterken van journalistieke vaardigheden van Afrikaanse schrijvende journalisten, persfotografen, radiomakers, multimediaproducenten en (jeugd)tv-makers. Lees meer over het project Twenty Ten

Stuur een reactie