In Marcs oude doos dit keer deel 2 van een drieluik serie over Jatto Ceesay, de Gambiaanse aanvaller die in 1995 bij Willem II neerstreek. Klik hier voor deel 1.
Tilburg is nog onbekend terrein voor de voetballer. Hij heeft de stad nog niet verkend en wil voor de wedstrijd van vanavond nog scheenbeschermers kopen. ‘Ik zet je wel in het centrum van de stad af’, zegt Martin van Geel die een en al bereidwilligheid is. De winkel is niet moeilijk te vinden. Binnen verwondert Ceesay zich over het grote assortiment. Hij wil eigenlijk wel van alles hebben: slippers, scheenbeschermers, een voetbaltas, voetbalschoenen voor zijn broertje. De Gambiaan is onaangenaam verrast door de hoge prijzen en komt onzeker over. De jonge verkoper vraagt of Ceesay misschien een profvoetballer is omdat hij zulke goede scheenbeschermers wil hebben. Jatto knikt. ‘Bij welke club speel je dan? Bij Willem II? Ben jij soms Jatto Ceesay? Ik heb in de krant gelezen dat je vanavond je debuut maakt.’
De onzekere houding van Ceesay verdwijnt als sneeuw voor de zon. Hij komt opeens zelfbewust, ja zelfs arrogant over en begint te commanderen. ‘Breng me dat!’ De winkelbediende vertelt dat hij naar alle thuiswedstrijden van Willem II gaat en hoe geweldig hij dat allemaal wel niet vindt. De Afrikaanse speler reageert er amper op, maar geniet er duidelijk van dat hij volop in de belangstelling staat. ‘Hier hang jij straks ook tussen’, zegt de jongen, wijzend op een rek met sleutelhangers waarop afbeeldingen van alle spelers van Willem II staan.
Als hij de scheenbeschermers heeft uitgekozen, koopt Ceesay ook nog een witte cap die hij op zijn hoofd zet. Hij kijkt in de spiegel en er verschijnt een stralende lach op zijn gezicht. ‘Vanavond schiet ik er twee in’, zegt hij. In de bus naar huis beleeft de voetballer nog enkele spannende momenten. Het is voor het eerst dat hij zelfstandig naar huis moet, omdat het voorrecht om met de auto te worden opgehaald vandaag over is. Hij zit een tikkeltje onwennig in de bus en vraagt herhaaldelijk of dit nog niet de goede halte is. ‘Ik ga Willem II vragen of ze geen auto met chauffeur voor me kunnen regelen’, zegt hij geïrriteerd. In Gambia heeft Ceesay zijn eigen taxichauffeur en rijdt hij ook zelf auto, hoewel hij geen rijbewijs heeft. Maar geen agent zelf hem ooit aanhouden, omdat hij de bekendste voetballer van het land is. Thuis gaat Jatto nog een keer proberen om een lift te regelen voor vanavond. Natuurlijk willen Hans en Wil Visser hem nog wel een keer naar het stadion brengen. Het is immers zijn eerste wedstrijd.
Het eerste doelpunt
Hilvarenbeek, enkele uren later. De spelersbus van Willem II staat geparkeerd voor het kleine maar nieuwe sportcomplex in Hilvarenbeek. Hier speelt het tweede elftal van de Tilburgse club tegen de amateurs van Hilvaria. De spelers zijn bezig met hun warming up. Jatto is de enige die scheenbeschermers draagt. Behalve Hans en Will Visser is ook Jan van Gool aanwezig. Zo is de Afrika-enclave van Willem II present als onmisbare morele steun. Het drietal staat vlak naast de spelersbank waar trainer Jim Calderwood op een wel zeer luidruchtige manier zijn team coacht. Hij reageert met de meest verschikkelijke scheldtirades op enkele vreemde beslissingen van de scheidsrechter. De naam van de zoon van God galmt over het veld. De zeer gelovige Will Visser heeft het er moeilijk mee. ‘Maar Jimmy gelooft wel in God hoor’, zegt ze vergoeilijkend.
Ceesay doet het zeker niet slecht. Hij biedt zich goed aan, is doelgericht en schiet een keer vanuit kansrijke positie hoog over. Hij maakt zelfs een zuiver doelpunt dat ten onrechte wordt afgekeurd. Jan van Gool zegt in de rust dat Ceesay een van de weinige spelers is die een voldoende heeft gehaald. In de tweede helft maakt Ceesay enkele mooie acties, maar laat hij telkens gaten vallen op het middenveld. Calderwood schreeuwt hem herhaaldelijk toe. ‘Jatto, midfield.’ En dan met een diepe zucht. ‘Jezus Christus, die jongen heeft nog nooit van verdedigen gehoord.’ Na een minuut of twintig schiet Ceesay de bal uit een rebound in het doel. Het is 1-0 voor Willem II. Hij laat zich ‘cool’ feliciteren. De supporters van Hilvaria balen en maken de Gambiaan tot mikpunt van hun bijtende grapjes, waarbij ze het telkens over ‘die zwarte’ hebben. Vlak voor tijd beslist de Tilburgse ploeg de wedstrijd met een tweede doelpunt.
Pilsje
Jan van Gool en Hans Visser bestellen een pilsje in de kantine en proosten op Jatto. ‘Nou Jan, et is natuurlijk geweldig dat Jatto meteen een doelpunt maakt.’ Dat moet Van Gool beamen. Ceesay komt na twintig minuten in de kantine. Hij heeft zijn witte cap op en zweet heftig ondanks dat hij onder de douche vandaan komt. ‘Ik zei toch dat ik er twee zou scoren’, zegt hij lachend. ‘Allen hebben ze er eentje afgekeurd.’ Jan van Gool overlegt met anderen of Jatto met de spelersbus mee naar Tilburg moet of dat hij hem toch nog een keer naar huis kan brengen. ‘Die jongen weet absoluut nog niet hoe hij met de bus van het stadion naar huis moet. Zeker als het donker is, kan hij verdwalen.’
De elftalbegeleider twijfelt zichtbaar. ‘Ach vooruit, nog een laatste keer dan’, zegt hij uiteindelijk. Ceesay springt bijna een gat in de lucht. Natuurlijk gaat de inmiddels beroemde cassette ook nu weer de recorder in. De speler beweegt mee op het ritme van de muziek en zit duidelijk lekker in zijn vel.’
Volgende week het laatste deel van Jatto Ceesay, troetelkind.








