
Arnold Pannenborg keert terug naar Kameroen, het land waar hij ooit onderzoek naar voetbal deed. In Buea komt hij in de kerstperiode een oude bekende tegen.
Daar staat hij. Zes jaar heb ik hem niet gezien. De fiere Alabas loopt heen en weer over het veld in het Molyko stadion in Buea. Hij houdt een map vast en schrijft af en toe iets op een papiertje. Hij stuurt enkele voetballers het veld op, en een paar anderen er juist af. Je kunt beginnen, gebaart hij tegen de scheidsrechter.
‘Ik organiseer een toernooitje voor voetballers die bij clubs in het buitenland spelen,’ zegt hij. ‘Die komen in de kerstvakantie allemaal terug naar huis en willen dan graag een paar dagen voor eigen publiek spelen. En het prijzengeld is niet mis: 500.000 FCFA (ongeveer 750 euro) voor de winnende ploeg. Da’s veel geld, hier in Kameroen.’
Gouden jaren
Alabas is geen spat veranderd. Hij is nog altijd de boomlange Nigeriaan van weleer. De spits die ooit in zijn gouden jaren bij Victoria United doelpunten bij de vleet scoorde. Maar ook de man die in 2003, toen ik er was, niet meer speelde. Hij had een hardnekkige blessure en vermoedde dat die niet zuiver op de graat was.
Op een middag stond hij voor mijn deur. Ik deed open en hij beende naar binnen. ‘Arnold, ik heb een probleem! Je weet van mijn blessure, toch? Gisteren ben ik langsgegaan bij een traditioneel genezer. Die inspecteerde mijn knie en constateerde dat er iets niet in de haak was. Hij bevestigde wat ik al langer dacht: dat iemand mijn carrière aan het dwarsbomen is.’
Ik kende het probleem van Alabas. En ik had al gehoord van Ashu hoe sommige spelers elkaar proberen te beheksen om zo een concurrent uit te schakelen. Een bezoekje aan een tovenaar is vaak voldoende.
Vijanden
Alabas heeft naar eigen zeggen veel vrienden gemaakt in heel Kameroen. Twee jaar eerder was hij nog de held van Limbé. Hij was meerdere jaren achtereen de topscorer van het land. Iedereen kende hem. Supporters boden hem na de wedstrijden geld aan, bier, vrouwen. Maar nadat hij van Limbe naar Buea verkaste, ging het goed mis. Hij had blijkbaar ook de nodige vijanden.
Ik kwam Alabas vaak tegen in de achterbuurten van Buea. Dan vroeg hij om een zakcentje, een hapje eten of – heel soms – om geld voor een injectie. Zijn knie scheen hem nogal pijn te doen. Het gekke was dat zijn blessure maar niet wilde genezen. Althans, Alabas vond dat heel verdacht.
En toen, op die middag, zocht hij me op. Hij draaide niet om de zaken heen. Ik wil 45.000 franc van je lenen,’ zo zei hij resoluut. Ik schrok. Da’s ongeveer 75 euro. Heel wat geld in Kameroen. ‘De traditioneel genezer zei dat hij me kan helpen. Hij kan de blessure genezen. En hij kan me ook vertellen wie het heeft veroorzaakt.’
Reputatie
Alabas legde me de procedure uit. ‘Die man is goed! Ik weet dat omdat hij een goede reputatie heeft. Dat geld is echt niet teveel. Als ik hem het geld geef, zal hij me eerst wassen. Daarna zal hij een geprepareerde witte zakdoek om mijn pols knopen. Zo kan niemand mij ooit meer verwonden!’
Naast het geld moest Alabas ook een aantal zaken meenemen. Hij overhandigde me een velletje papier. Het was het boodschappenlijstje van de traditioneel genezer. Daarop las ik het volgende:
Een kip. ‘Dat is een makkie,’ zei hij. ‘Die kun je overal kopen, en ze zijn goedkoop.’
Een kameleon. ‘Probleem! Hoe kom ik in godsnaam aan zo’n beest?’
Een scheermesje.
Een tobbe. ‘Om me in te wassen.’ Heeft die man dat zelf niet in huis, vroeg ik me af.
Een flesje om het medicijn in het bewaren.
Een zakje marihuana. Nooit gevraagd waarom dat nu weer nodig was.
Oplichterij
Maar ik twijfelde. Ik kende Alabas nauwelijks. En ik had zoveel verhalen gehoord over oplichterij waarbij vooral de blanke een gewild doelwit was. Ik deed hem een voorstel. Als hij 30.000 FCFA bij andere sponsoren kon verzamelen, zou hij van mij 15.000 FCFA krijgen. Anders niet. ‘En,’ zo zei ik, ‘ik wil erbij zijn als de traditioneel genezer je onder handen neemt.’
Nu, zes jaren later, is het duidelijk dat Alabas de sponsoren nooit heeft gevonden. Of de traditioneel genezer wilde mij er niet bij hebben (wat heel waarschijnlijk zou zijn). Of zijn geneeswijze bleek niet te werken. Alabas heeft namelijk nooit meer gevoetbald.
De ex-voetballer lijkt het mij allemaal niet kwalijk te nemen. Hij heeft vele “zaakjes” lopen, zegt mijn voetbalvriend Essomba. ‘Hij organiseert toernooien en handelt in spelers.’ Die verdient zijn geld wel. Met of zonder blessure. Of kameleon.







