Afrika heeft de potentie om uit te groeien tot een machtsfactor van formaat in het internationale voetbal. Investeringen blijven echter uit, veel clubs en competities zijn nagenoeg failliet. Kennedy Gondwe legt de schuld voor een groot deel bij de bestuurders.
Door Kennedy Gondwe/Twenty Ten
Wanneer de bus de passagiers achterlaat op de stoep van een populaire Engelse stad worden ze begroet door de rode letters op een prachtig gebouw – Old Trafford. Of ze nu voor Old Trafford komen, het stadion van sterrenclub Manchester United, of op bezoek gaan bij iemand die er in de buurt woont, het blijft een indrukwekkende aanblik.
Old Trafford wordt omgeven door een aura van succes; het is de droom van menige Afrikaan om voet te zetten in een van deze gebouwen, die ze alleen maar kennen van televisie. Vooral voor een fan van Manchester United is een bezoek aan het noordwesten van Engeland pas compleet na ten minste een glimp van Old Trafford te hebben opgevangen. Geen journalist die al meer dan tien jaar verslag doet van het Afrikaanse voetbal zal de gelegenheid voorbij laten gaan om te vertellen over zijn ervaring op Old Trafford – tijdens of na het seizoen.
Dat bezoek aan Old Trafford, door Sir Bobby Charlton omgedoopt tot het ‘Theatre of Dreams’, onderstreept het feit dat voetbal in Europa is uitgegroeid tot een bedrijfstak. Old Trafford is kenmerkend voor de aanpak waarmee Westerse landen roem willen vergaren. Dat geldt zelfs voor het winnen van het wereldkampioenschap, terwijl de Afrikanen pas in 2010, 80 jaar na het eerste WK, voor het eerst de gelegenheid kregen om het grootste sportevenement op aarde te organiseren, in Zuid-Afrika.
Voet zetten op Old Trafford, of het nu is om een wedstrijd te bekijken of niet, heeft z’n prijs. Het is eenvoudigweg een immens populaire toeristische attractie die miljoenen ponden per jaar opbrengt. De agenda is altijd volgeboekt en een bezoek moet vooraf worden besproken.
Uitzonderingen
Dat kan niet worden gezegd van de stadions in Afrika: het immense Cairo Stadium in Egypte, het National Stadium of Rufaro in Zimbabwe, het Konkola Stadium in Zambia, het National Stadium in Kinshasa in Congo, het Stade Felix Houphouët-Boigny in Ivoorkust, het zijn alle verre van toeristische plekpleisters. Slechts een handjevol Zuid-Afrikaanse stadions waar het WK 2010 werd gehouden kan ook maar enigszins wedijveren met Old Trafford. En dat zijn de uitzonderingen.
Het Independence Stadium in Lusaka zou een prachtig historisch monument zijn als Zambia goed gebruik zou maken van zijn bezittingen, zoals in Europa gebeurt. Het Independence, ook wel bekend als het ‘Heldenplein,’ is gebouwd ter nagedachtenis aan de voetballers die het slachtoffer werden van de grootste voetbalramp in de geschiedenis van Afrika, toen de crème de la crème van het nationale elftal van Zambia in 1993 omkwam bij een vliegramp.
Het is ook een symbool van de onafhankelijkheid van de koloniale overheerser, Engeland, aangezien het werd gebouwd ter viering van de geboorte van Zambia op 24 oktober 1964.
Overeenkomsten
Je zou overeenkomsten kunnen zien tussen Old Trafford en Independence Stadium, zij het aan de oppervlakte, aangezien op beide plekken een vliegramp wordt herdacht. Op Old Trafford zijn diverse herinneringen aan de vliegramp in München te vinden, een ongeluk dat in 1958 het leven kostte aan zeven spelers van Manchester United.
Om de gevallen helden te herdenken, werd de Munich Stand gebouwd, een populaire tribune in het stadion voor zowel supporters als toeristen, terwijl Independence de rustplaats is van de delegatie van 30 mensen die omkwamen voor de kust van Libreville in Gabon op die fatale ochtend van 29 april 1993. Het Independence Stadium heeft het in zich om een historische, toeristische trekpleister te zijn terwijl de Munich Stand een respectabel monument is op Old Trafford.
Als we kijken naar dit scenario, dan wordt duidelijk dat Europa er handig in is geslaagd om munt te slaan uit voetbal en historische gebeurtenissen, een gegeven dat vooralsnog onbekend is in Afrika, ook al staat onomstotelijk vast dat het Afrikaanse voetbal volwassen is geworden nu de Afrikaanse sterren bekendheid hebben verworven op internationaal niveau.
Sterren
Spelers als George Weah gaven de eerste aanzet en nu is de blik van de wereld gericht op Afrikaanse sterren in de grote Europese divisies. Spelers als Didier Drogba uit Ivoorkust, Samuel Eto’o uit Kameroen, Michael Essien uit Ghana, Mikel Obi uit Nigeria, Alexander Song uit Kameroen en Emmanuel Seyi Adebayor uit Togo wedijveren met hun tijdgenoten, onder wie Lionel Messi en Gonzalo Higuain uit Argentinië, Cristiano Ronaldo uit Portugal, Wayne Rooney uit Engeland en Robinho uit Brazilië.
Een groot deel van het succes van de Afrikaanse spelers kan echter worden toegeschreven aan hun individuele inspanningen en niet aan doelbewuste pogingen van de Afrikaanse voetbalbonden om het spel te ontwikkelen. Deze spelers hebben vervolgens voor hun landgenoten deuren geopend naar de buitenlandse divisies. De enorme transfergelden kunnen in eigen land bijvoorbeeld worden geïnvesteerd in opleidingsfaciliteiten, waar hun landgenoten dan weer van profiteren.
Sommige spelers investeren grote delen van hun aanzienlijke inkomen in hun eigen land, maar er lijkt geen nationaal beleid te zijn in de verschillende Afrikaanse landen om ervoor te zorgen dat deze investeringen ook naar behoren worden beheerd. Sommige investeringen van de spelers, hoe goed bedoeld ze ook zijn, kunnen dan ook op niets uitlopen.
Infrastructuur
Dit lijkt er te gebeuren in stadions in heel Afrika. De infrastructuur van het voetbal valt langzaam uit elkaar door corruptie, een gebrek aan investeringen en verwaarlozing. Soms krijgt de infrastructuur een zetje, bijvoorbeeld met het nationale stadion dat door de Chinezen werd gebouwd in Zambia en waarin met name het nationale elftal speelt. Maar op steenworp afstand bevinden zich clubs die in vervallen stadions op een slecht verzorgd veld moeten spelen.
Er worden echter al zorgen geuit over het onderhoud aan het door de Chinezen gebouwde stadion en men vraagt zich af of het tien jaar na de bouw nog wel in volle glorie overeind zal staan. Het National Stadium in Zimbabwe is een klassiek voorbeeld. Het was ruim een jaar gesloten nadat er een enorme scheur verscheen in een van de tribunes. Dit was slechts vijf jaar na de voltooiing van het gebouw en de vraag rees of het gebouw wel met zorg werd onderhouden. Het is nog niet duidelijk of het probleem te wijten is aan de kwaliteit van de bouw of aan gebrekkig onderhoud.
Maar zelfs met dit in het achterhoofd zijn er uitzonderingen. Voor het WK in Zuid-Afrika werd er een tiental stadions van wereldklasse gebouwd. Dit werd gekoppeld aan verbeteringen aan sportgebouwen die werden gebruikt tijdens trainingen. De meeste van deze ondersteunende faciliteiten bevonden zich in scholen, waar het spel zich na het toernooi naar verwachting in ijltempo zal ontwikkelen. Toch wordt er getwijfeld of enkele Zuid-Afrikaanse stadions economisch levensvatbaar zijn, vooral wanneer ze in minder dichtbevolkte gebieden liggen.
Ghana was gastland van de Afrika Cup in 2008, waarna Angola het evenement twee jaar later organiseerde. Beide landen hebben hiervoor stadions gebouwd en opgeknapt. Beide landen hebben nu een aantal kwaliteitsstadions waar ze nog jaren plezier van zullen hebben.
Marketingstrategie
Burkina Faso organiseerde daarentegen het evenement in 1998 zonder in de daaropvolgende jaren enige vooruitgang te boeken. Ghana, Angola en Egypte zijn allemaal beter geworden van hun rol als gastland van de Afrika Cup, maar dat geldt niet voor het overgrote deel van het continent, waar investeringen politieke motieven dienen, of deel uitmaken van de marketingstrategie van een aantal grote ondernemingen die zo hun positie willen verbeteren.
Zambia, ooit een grootmacht binnen het Afrikaanse voetbal, is een deprimerend voorbeeld van het verval van het voetbal op het hele continent. Neem het stadion van de club Nkana FC, ooit een voetbalreus op het continent. Het ziet er nu uit als een vuilnisbelt, ook al is het een voetbalstadion waar duizenden hartstochtelijke fans bijeenkomen om hun team in actie te zien.
Nkana werd ooit gesponsord door de geprivatiseerde Zambia Consolidated Copper Mines (ZCCM). Het ontvangt nu nog maar marginale financiële ondersteuning, terwijl het een grote schare fans heeft. De club slaagt er desondanks niet in om zelfs maar gemiddeld goede spelers aan te trekken vanwege de slechte financiële situatie en worstelt nu om het hoofd boven water te houden. Nkana pendelt dan ook tussen de Super Division en de eerste divisie van het land.
Chipolopolo
Zambia’s nationale elftal, bijgenaamd Chipolopolo, is gedwongen om zijn wedstrijden te spelen in het buitengewoon krakkemikkige Konkola Stadium. Het stadion telt 15.000 plaatsen en bevindt zich in het noordelijk gelegen mijnstadje Chililabombwe, op de grens tussen Zambia en de Democratische Republiek Congo.
Het team verplaatste de thuisbasis naar dit deel van het land toen Independence Stadium vier jaar geleden wegens renovatie werd gesloten. De tribunes zijn met de grond gelijk gemaakt en liggen nu verwaarloosd op het terrein, terwijl de overheid verwoedde pogingen onderneemt om het geld voor het renovatieproject bij elkaar te krijgen.
Net als in 1998, toen er paniek uitbrak in Independence Stadium, werden ook de supporters in Konkola Stadium niet gespaard. Na een kwalificatiewedstrijd voor het WK 2006 probeerden duizenden opeengepakte supporters zich een weg naar buiten te banen. Door de slechte verlichting en onvoldoende uitgangen brak er paniek uit, met 12 doden tot gevolg. Na onderzoek werd aangeraden om de aftrap, die traditioneel plaatsvond om 15:00 uur, met een uur te vervroegen.
Verleden
Voetbal is in de rest van de wereld tot ongekende hoogte gestegen. Marketing en televisierechten hebben ertoe bijgedragen dat het spel wereldwijd in populariteit is toegenomen, maar een groot deel van het Afrikaanse voetbal lijkt helaas vast te zitten in het verleden.
Afrikaanse clubs deden sinds het begin van de jaren zestig voor de eer mee aan het Afrikaanse kampioenschap. Er was geen financiële beloning, waardoor arme landen gedwongen waren zich terug te trekken. De Afrikaanse teams maakten enorme reiskosten tot de Afrikaanse voetbalbond CAF in 1997 een bescheiden businessdeal, waardoor de financiële lasten werden verlicht.
Het is niet eenvoudig of goedkoop om door het uitgestrekte Afrikaanse continent te reizen. Sommige teams zijn enorme bedragen kwijt aan uitwedstrijden die hen met iedere nieuwe ronde over enorme afstanden kunnen voeren.
Beloning
De Champions League is gebaseerd op de UEFA Champions League die in 1997 werd geïntroduceerd, waarbij met name het groepsfase-concept werd overgenomen. In tegenstelling tot de UEFA Champions League, waar vanaf de voorrondes al geldprijzen worden toegekend, ontvangen de teams in de CAF Champions League pas een financiële beloning wanneer ze de groepsfase voorafgaand aan de halve finale halen.
In de groepsfase van de CAF Champions League zijn de teams verdeeld in twee groepen van vier en spelen ze tegen elkaar in een divisiestructuur. De teams worden beloond al naar gelang de positie waarop ze eindigen in hun eigen poule. Het laagst eindigende team gaat nu naar huis met 400.000 dollar (vergeleken met 190.000 in het toernooi van 2008). Het als derde eindigende team wint 500.000 dollar (261.000 dollar twee jaar geleden).
De twee hoogste teams in elke groep gaan naar de halve finales met 700.000 dollar (427,500 dollar twee edities daarvoor). De winnaar gaat naar huis met 1,5 miljoen dollar en de tweede plaats is goed voor 1 miljoen dollar.
Televisierechten
Deze meevaller qua prijzengeld is te danken aan de verkoop van de televisierechten en de naamrechten tijdens het toernooi. Dit is nog steeds ver verwijderd van de geldprijzen in de UEFA Champions League, waar ieder team dat de groepsfase haalt 3 miljoen euro krijgt en nog een keer 2,3 miljoen euro als deelnameprijs. En dat is nog niet alles. Teams krijgen € 600.000 voor een overwinning en € 300.000 voor een gelijkspel.
Kwalificatie voor de knockout-fase levert een team € 2,2 miljoen op, wat kan leiden tot een gemiddeld prijzengeld van € 9 miljoen. Er wordt extra geld uitgekeerd aan de teams in de groepsfase, afhankelijk van het marketingsucces van het toernooi.
Iedere kwartfinalist krijgt € 2,5 miljoen, er staat € 3 miljoen op het spel voor de halve finales, € 4 miljoen voor de nummer twee en tot € 7 miljoen voor de winnaar. De winnaar kan dus in totaal € 20 miljoen verdienen met de kaartverkoop, televisiemarketing en commerciële rechten en dat bedrag kan soms zelfs nog hoger liggen, afhankelijk van de marketingbonus.
Overheid
Europese clubs zijn niet altijd afhankelijk van overheidssteun, maar dat kan niet worden gezegd van de Afrikaanse clubs, die met name worden gesponsord door het leger of door overheidsbedrijven. En de nationale elftallen zijn, enkele uitzonderingen daargelaten, afhankelijk geworden van de nationale overheden.
Noordelijk Afrika loopt voorop wanneer het aankomt op marketing en sponsorstructuren, waarbij de divisies in Egypte, Tunesië, Marokko en Algerije goed worden gesponsord en inkomsten ontvangen van nationale televisiebedrijven.
Ten zuiden van de Sahara vergaat het alleen Zuid-Afrika beter, hoewel dit niet het enige land is waar de zaken goed zijn geregeld. De Zuid-Afrikaanse Premier Soccer League staat zevende op de wereldranglijst van gesponsorde divisies en krijgt forse financiële steun van de ABSA Bank, South African Breweries en televisiezender SuperSport – zo’n 300 miljoen dollar per vijf jaar.
Failliet
Voordat de betaalzender Gateway Television (GTV) ten onder ging, kregen de voetbaldivisies in Oeganda en Tanzania een flink steuntje in de rug en werd ook het nationale elftal financieel ondersteund. Ook Zambia had zijn financiële ondersteuning kunnen kwijtraken doordat de sponsor één jaar na zijn oprichting alweer failliet ging.
De teloorgang van GTV is alweer een triest Afrikaans verhaal. Gelukkig voor Zambia nam een gevestigde betaalzender, SuperSport, de uitzendrechten op de nationale divisie over die, dankzij wijlen president Levy Patrick Mwanawasa, wordt gesponsord door Konkola Copper Mines (KCM).
Het meest teleurstellende aspect is echter de los-vaste manier waarop een groot deel van het sponsorgeld naar Afrikaanse landen wordt gesluisd. Barclays Bank begon bijvoorbeeld een bekertoernooi te sponsoren net toen British Petroleum en Zambian Breweries hun steun introkken.
Zambian Breweries hebben hun sponsoring verplaatst van de Mosi Cup – het equivalent van de KNVB-bekercompetitie in Nederland – naar het nationale elftal. Een klein deel van hun steun gaat rechtstreeks naar voetbalscholen, met dank aan hun frisdrankmerk, Coca Cola.
Telefonie
In Botswana proberen mobiele telefoniebedrijven het voetbal te sponsoren, en we zien hetzelfde gebeuren in landen als Kenia, Oeganda, Tanzania, Sierra Leone en Nigeria. Deze steun staat echter in geen enkele verhouding tot de winst die deze bedrijven maken. Daarnaast wordt een groot deel van de sponsoring door het grote publiek gezien als iets waarvan de sponsor baat heeft en niet de ontvanger. De sponsor poetst er zijn imago mee op, als onderdeel van een marketingstrategie.
Het feit dat de bezoekersaantallen tijdens voetbalwedstrijden op het hele continent teruglopen, heeft sponsoren er niet van overtuigd dat ze groot moeten inzetten. Twintig jaar geleden trokken duizenden Afrikaanse voetbalfans naar de stadions om hun plaatselijke club in actie te zien, en het nationale voetbal gedijde, want spelers probeerden zich te onderscheiden in de hoop op een contract in Europa.
Somber
Tegenwoordig zit er op de tribunes slechts een fractie van het aantal toeschouwers dat er ooit geboeid zat te kijken en de vooruitzichten voor het Afrikaanse competitievoetbal zijn somber. Er zijn twee kanten aan dit verhaal over de nationale teams op het continent.
Zuid-Afrika en Angola, en recenter ook TP Mazembe uit de Democratische Republiek Congo, zijn erin geslaagd om een deel van hun talent vast te houden, onder wie een speler als Tresor Mputu Mabi, door ze leuke randvoorwaarden te bieden. De ‘brain drain’ is in deze landen dan ook minder omvangrijk. TP Mazembe en een aantal clubs in Angola komen bij van de oorlog, maar zijn nog steeds in staat om talent naar hun divisies te trekken uit naburige landen als Zambia.
Datzelfde geldt voor sommige delen van Noord-Afrika. Egypte, zevenvoudig winnaar van de Afrika Cup, behaalde in 2010 een derde titel op rij. Onder de 23 leden van het kampioensteam bevonden zich slechts drie spelers die bij een buitenlandse club actief waren. Tunesië en Algerije waren ook vertegenwoordigd met een redelijk groot aantal spelers van clubs uit eigen land.
Moeite
De teams uit de West-Afrikaanse landen – Nigeria en Ivoorkust – hadden daarentegen respectievelijk 23 en 22 spelers van buitenlandse clubs. Terwijl Noord-Afrikaanse clubs als Ahly, Zamalek (Egypte), Espérance en Etoile du Sahel (Tunesië) nog steeds publiek trekken voor wedstrijden in de nationale competitie, zien we een heel ander verhaal in Afrika onder de Sahara, waar clubs grote moeite hebben om supporters naar het stadion te krijgen.
Sommige Afrikaanse topspelers spelen niet in eigen land. De talloze fans krijgen alleen de kans om de sterren in actie te zien wanneer die aantreden voor het nationale elftal. Dit leidt soms tot massahysterie, paniek en zelfs doden in de stadions. Clubvoetbal kan de fans nauwelijks tot dergelijk gedrag opzwepen.
Veel Afrikanen zijn dan ook fan geworden van buitenlandse clubs. Fans van Gor Mahia uit Kenia, Kampala City Council uit Oeganda, Mufulira Wanderers uit Zambia en BCC Lions en Rangers uit Nigeria lopen nu in shirtjes van Manchester United, Barcelona, Chelsea, AC Milan, Arsenal, Inter Milan, Bayern München en Liverpool en praten over het wel en wee van deze clubs, in plaats van hun eigen, plaatselijke giganten.
Hun gewijzigde voorkeur kan worden verklaard door de overvloed aan aantrekkelijk Engels, Spaans, Duits en Italiaans voetbal op satelliettelevisie die wordt ondersteund door goede marketing. Hoewel de kosten van de apparatuur en het abonnementsgeld te hoog zijn voor de meeste Afrikanen, kunnen ze terecht in cafés en televisieruimtes waar sluwe zakenmensen soms entree vragen voor wedstrijden met spelers als Lionel Messi, Emmanuel Adebayor en Samuel Eto’o. Het plaatselijke voetbal lijdt hieronder.
Wegkapen
Door het verval van de infrastructuur ontstaan er op het hele continent ongemakkelijke situaties en veiligheidsproblemen in vervallen faciliteiten. Samen met het lage spelniveau heeft dat tot gevolg dat de fans wegblijven. De beste spelers worden vaak weggekaapt door Europese en Aziatische clubs zodra ze het geringste talent vertonen, ten koste van Afrika.
De uittocht uit de nationale divisies is nauwelijks verwonderlijk als je bedenkt dat spelers in Afrika enkele honderden dollars kunnen verdienen, vergeleken met de miljoenen die hen worden voorgehouden wanneer de grote clubs aankloppen.
Corruptie
De ‘Beautiful Game’ is niet vrij van corruptie, niet in Afrika en ook elders niet, maar het Afrikaanse continent heeft er waarschijnlijk het meest onder te lijden. Teams die internationale uitwedstrijden spelen, keren vaak terug met berichten over verdachte beslissingen van de scheidsrechter en de moeilijkheden die ze in het buitenland ondervinden.
De corruptie in het Afrikaanse voetbal is van grote invloed is op de prestaties en houdt niet op bij het voetbalveld. Twee jaar geleden waren er twee teams in Ghana die op het punt stonden te promoveren. Ze hadden allebei een overwinning nodig op de laatste speeldag van het seizoen. De wedstrijden eindigden met 31-0 en 28-0, wat bij iedereen de verdenking wekte dat de wedstrijden doorgestoken kaart waren.
In de Nigeriaanse eredivisie ondervond de officiële televisiezender soms moeilijkheden bij het uitzenden van live-wedstrijden wanneer de clubs wilden voorkomen dat de openlijke partijdigheid van scheidsrechters door het publiek op televisie kon worden opgemerkt. Corruptie in het voetbal wordt gezien als een wereldwijd probleem, en de armoede op het continent en de mentaliteit van clubs die koste wat het kost willen winnen, maken scheidsrechters gevoelig voor omkoping en andere vormen van aansporing.
Controverse
In de kwalificatieronden van het wereldkampioenschap van 2002, schonk Nigeria zijn tegenstander Ghana 25.000 dollar nadat Nigeria was gekwalificeerd door een overwinning. Dit leidde tot een controverse, maar de Nigeriaanse voetbalbond verklaarde dat het geschenk in overeenstemming was met de Afrikaanse cultuur. De Confederation of African Football (CAF) was zo goed om een oogje toe te knijpen.
Tijdens de kwalificatierondes voor het wereldkampioenschap van 2010 stond een West-Afrikaans land op het punt uitgeschakeld te worden. Het stuurde een official van de voetbalbond met een zak geld naar de eigen tegenstanders en die van de grootste rivalen om te zorgen dat de weg naar de kwalificatie werd vrijgemaakt. Tegen alle verwachtingen in kwalificeerde het land zich toch.
We zien dit niet alleen op het veld. Invloedrijke personen betalen duizenden dollars aan steekpenningen aan stemgerechtigden op het congres van de federatie om zich voor een lucratieve bestuursfunctie bij de voetbalbond te laten kiezen. Ook de regionale verkiezingen in 2006 werden bezoedeld door dit soort praktijken. Er werden topafgevaardigden ingezet in Gaborone, de hoofdstad van Botswana, om stemmen te winnen voor kandidaten die een sterkere band hadden met de CAF. In dergelijke gevallen aarzelen kandidaten niet om enveloppen met geld te overhandigen.
Bij de verkiezingen voor bestuurders van de voetbalbond gaat het niet anders. Een voorbeeld is Sani Lulu uit Nigeria, die de meeste van de 70 stemgerechtigden een reisje naar het WK aanbood. Het was amper drie maanden tot de verkiezingen en het gebaar was een krachtig campagnemiddel. Het werd pas gedwarsboomd toen de president dreigde het nationale elftal uit internationale toernooien terug te trekken. Het bestuur schorste Lulu en twee anderen. Naar alle drie loopt momenteel een onderzoek wegens van fraude.
Meeste geld
Het Afrikaanse voetbal wordt over het algemeen niet bestuurd door de meest geschikte personen, maar door de mensen die het meeste geld te besteden hebben. Het feit dat voetbal wordt gesponsord door grote bedrijven – maar niet wordt gecontroleerd – maakt het tot een ideaal middel voor mensen die er geen moeite mee hebben om zichzelf ten koste van het spel te verrijken.
Alsof dat nog niet genoeg was, zijn ook leiders op continentaal niveau niet gevrijwaard gebleven. Het systeem zit vast in patronen, vooral door ongeschikte bestuurders die steeds verder van de werkelijkheid lijken te staan.
Nadat de Kameroener Issa Hayatou in 1988 aan het hoofd kwam te staan van de CAF heeft het Afrikaanse voetbal weinig gepresteerd om over naar huis te schrijven. Het is nu gepasseerd door Azië, dat aansluiting heeft gevonden bij Europa en Zuid-Amerika. Hayatou wordt erom geprezen dat er meer Afrikaanse teams deelnemen aan het WK en dat het WK nu ook in Afrika is gehouden. Maar die feiten zijn nauwelijks te danken aan de man die al 22 jaar met ijzeren vuist regeert.
Stemmen
Er zijn momenteel 53 Afrikaanse FIFA-lidstaten, die samen het grootste blok stemmen vormen tijdens FIFA-verkiezingen. Een kandidaat die wil optreden als gastland, moet zich verzekeren van de Afrikaanse stemmen. Hierdoor krijgt Afrika een bevoorrechte positie, wat weer heeft geleid tot meer deelnemers aan het WK. Het Afrikaanse voetbal is ook een van de voornaamste begunstigden van de verschillende financiële ondersteuningsprojecten.
Ieder Afrikaans land ontvangt steun van de FIFA. De FIFA heeft kunstgras aangelegd als onderdeel van het ‘Win in Africa with Africa’-project. Verder krijgen de voetbalbonden, naast allerlei andere voorzieningen, jaarlijks 250.000 dollar. Nu de FIFA-verkiezingen er weer aan zitten te komen, kondigde de huidige president Sepp Blatter, die herkozen wil worden, aan dat hij de jaarlijkse toelage wil verdubbelen naar 500.000 dollar. Dit geld wordt onder toezicht verstrekt, maar de voetbalbonden worden er niet op aangesproken als het geld wordt misbruikt.
Veel mensen zien deze steun als een manier om de loyaliteit van de Afrikaanse leiders aan de machthebbers van de FIFA te verzekeren en hun stemmen om de vier jaar veilig te stellen. Er wordt wel beweerd dat de Afrikanen er verder niet mee zitten, zolang hun zakken maar worden gevuld. Ze vervullen hun functie tenslotte niet om het spel verder te ontwikkelen, maar om zichzelf te verrijken.
Tekortkomingen
De CAF wordt gekenmerkt door haar vele tekortkomingen. Deze zijn onlangs nog eens benadrukt tijdens de lachwekkende Afrikaanse Speler van het Jaar-verkiezingen. Tijdens de ceremonie van 2010 nam geen van de genomineerden de moeite om op te komen dagen en de ceremonie was een puinhoop die uiteindelijk meer weg had van een muziekfestival dan van een prijsuitreiking. De gasten probeerden wanhopig wakker te blijven terwijl de bonzen van de CAF en sponsor Globacom alle aandacht naar zich toe trokken.
De CAF had zich eerder dat jaar de woede van het hele continent op de hals gehaald door het nationale elftal van Togo te schorsen nadat het zich had teruggetrokken uit de Afrika Cup in Angola, na een terroristische aanslag waarbij drie leden van de Togolese delegatie de dood vonden en anderen gewond raakten. De arrogantie van de CAF, die de schuld probeerde neer te leggen bij de Togolezen, en de schorsing wegens ‘overheidsbemoeienis’, schokten Afrika en de rest van de wereld.
De Afrika Cup blijft een economische last voor de deelnemende landen. De winnaars van het toernooi in Angola kregen ongeveer 500.000 dollar en de overige landen, die miljoenen dollars hadden geïnvesteerd om eraan deel te nemen, genoten weinig of geen economisch voordeel. Vergelijk dat met de 8 miljoen dollar die teams krijgen die zich kwalificeren voor het WK.
Obstakel
Het sportagentschap van de CAF, SportFive (dat naar verluidt wordt geleid door familieleden van Hayatou) en televisiepartner LC2, kregen miljoenen dollars aan uitzendrechten, wat duidelijk aangeeft dat het Afrikaanse voetbal in potentie grote sommen geld kan genereren. De bestuurders vormen echter een groot obstakel op nationaal en continentaal niveau wanneer het gaat om de ontwikkeling van het spel. Het gebrek aan een vooruitziende blik en persoonlijke zelfverrijking vormen een obstakel dat Afrikaanse landen belet om het hoogste niveau te bereiken.
Als de bestuurders niet handelden uit eigenbelang zouden de inkomsten uit het voetbal worden aangewend voor de verbetering van de infrastructuur en het versterken van de nationale divisies. De transfer van spelers is een enorme bron van inkomsten geworden. Die worden echter niet geïnvesteerd in het voetbal, maar belanden in de zakken van een klein aantal egoïsten, meestal voetbalbonzen. Het geld komt zo niet ten goede aan de spelers en het land.
Het is ironisch dat moderne voetballers spelen voor het geld en hun banksaldo angstvallig geheim houden. Deze menselijke merknamen slaan munt uit het spel dankzij de riante salarissen die worden betaald door de Europese clubs – en dan hebben we het nog niet over lucratieve marketing en sponsordeals van talloze miljoenen met toonaangevende internationale merken.
Business
Voetbal heeft zich in Afrika en de rest van de wereld ontwikkeld van een populaire sport tot big business. Maar de voordelen bereiken maar een klein deel van Afrika door de grijpgrage handen van egoïstische bestuurders. Voetbal heeft veel jongeren een uitweg geboden uit onbekendheid en armoede en hun roem, geld en supersterrendom gebracht.
Hoewel het gras altijd groener was in Europa zijn er toch Afrikaanse teams die erin slagen om de grootste talenten van het continent te behouden en onder contract te krijgen. De Egyptische spelmaker Mohamed Aboutrika is daarvan een goed voorbeeld. Hij is naar alle waarschijnlijkheid de beste aanvallende middenvelder van Afrika. De 31-jarige student filosofie voelt zich prima in eigen land en speelt voor een van de topclubs van Egypte, Al-Ahly.
Hij wordt wel de ‘glimlachende moordenaar’ genoemd vanwege zijn kenmerkende grijns en dodelijke manoeuvres. Zijn kromme benen, gelikte techniek en scorend vermogen zouden Aboutrika heel eenvoudig een lucratieve transfer kunnen opleveren naar een van de Europese topclubs. Ja, zijn leeftijdgenoot Amr Zaki tekende wel voor zo’n deal, evenals keeper Essam El Hadary, en Ahmed ‘Mido’ Hassan en Mohamed Zidan.
Draagkracht
Maar Al-Ahly behoort, net als de Kaizer Chiefs en Mamelodi Sundowns in Zuid-Afrika, tot de topteams van Afrika. De club heeft genoeg financiële draagkracht om zijn sterspelers uit de grote Europese leagues te houden. Zelfs de opkomende topper TP Mazembe is erin geslaagd om Trésor Mputu aan zich te binden, ondanks grote belangstelling vanuit Frankrijk, België en Engeland. Ooit probeerde hij het bij Arsenal en hij behoort nu tot een van de meest gewilde Afrikaanse spelers.
Als we met een kritische blik kijken naar Afrika, naar het potentieel en de middelen, dan is er geen enkele reden waarom het continent er niet in zou kunnen slagen om een team samen te stellen dat met de wereldkampioenen kan wedijveren. Maar deze omslag hangt af van het vermogen van de Afrikanen om onbenutte kansen uit te buiten. Afrikanen moeten bijleren en uitstijgen boven de middenmoot om tot de zwaargewichten te behoren, door zakelijk vernuft te koppelen aan management.
Het winnen van het wereldkampioenschap in Afrika hangt, net als de rol van gastland, af van het besef dat voetbal een beroep is waar veel geld in omgaat en niet het domein hoort te zijn van goochelaars.








