<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Voetbal, Dromen, Passie en Afrika op weg naar het Wereldkampioenschap 2010 in Zuid-Afrika. &#187; Marcs oude doos</title>
	<atom:link href="http://www.roadto2010.nl/category/marcs-oude-doos/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.roadto2010.nl</link>
	<description>Voetbal, dromen, passie en Afrika</description>
	<lastBuildDate>Tue, 07 Feb 2012 20:50:27 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator>
		<item>
		<title>Jatto Ceesay: het Afrikaanse troetelkind van Willem II (3)</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-3/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-3</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-3/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 26 Feb 2010 07:27:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Al-Hilal]]></category>
		<category><![CDATA[Gambia]]></category>
		<category><![CDATA[Jatto Ceesay]]></category>
		<category><![CDATA[Jimmy van Fessum]]></category>
		<category><![CDATA[Omniworld]]></category>
		<category><![CDATA[Willem II]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=7706</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-3/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/02/jatto1-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="" title="jatto" /></a>In Marcs oude doos dit keer deel 3 van een drieluik serie over Jatto Ceesay, de Gambiaanse aanvaller die in 1995 bij Willem II neerstreek.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-2/attachment/jatto-2/"rel="attachment wp-att-7400" ><img class="alignnone size-full wp-image-7400" title="jatto" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/02/jatto1.jpg" alt="" width="416" height="274" /></a></p>
<p><strong>In Marcs oude doos dit keer deel 3 van een drieluik serie over Jatto Ceesay, de Gambiaanse aanvaller die in 1995 bij Willem II neerstreek. Klik hier voor <a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-jatto-ceesay-troetelkind/">deel 1</a> en <a href="http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-2/">deel 2</a>.</strong></p>
<p>Acht maanden later. Het kantoor van Martin van Geel bevindt zich vlakbij het spelershome in het stadion. De technisch manager van Willem II blikt terug op het functioneren van Jatto Ceesay.</p>
<p>Zijn aanpassing aan de nieuwe voetbalomgeving is niet zonder strubbelingen verlopen. Nadat Ceesay tegen Hilvaria zijn debuut in het tweede had gemaakt, begonnen al snel de invalbeurten in het eerste team van Willem II. In het begin kreeg hij kritiek van de plaatselijke pers. Over zijn eerste invalbeurt schreef het Brabants Dagblad. ‘Vooral Ceesay liep over van goede bedoelingen. Maar zijn struikelingen en inefficiënte acties waren een doorn in het oog van collega John Lammers.’</p>
<p><strong>Stijf gescholden</strong><br />
Vlak voor de winterstop maakte Ceesay zijn debuut in de basis van Willem II, in een uitwedstrijd tegen Sparta. Hij werd al na 35 minuten gewisseld en op de televisie was gezegd dat hij dramatisch slecht speelde. ‘Het mislukte totaal’, had Hans Visser na de wedstrijd gezegd. ‘Hij werd stijf gescholden door de jongens. Na de wedstrijd zat hij helemaal in een dip. We hebben gezegd dat hij zich niet alles persoonlijk moest aantrekken. Het is nu eenmaal een cultuurtje in Nederland om op het veld te schelden. Buiten het veld is alles weer vergeten.’</p>
<p>Ook Jan van Gool was de volgende dag meteen naar hem toegegaan. ‘Mijn zus (de hospita van Ceesay) zei dat ze Jatto nog nooit zo in de put had gezien. Ik heb een uur met hem gesproken. Hij vertelde me dat hij naar huis wilde. Het zat hem vooral dwars dat er zo op hem gescholden was. Dat was hem in Gambia nog nooit overkomen. Hij had het als vernederend ervaren.’</p>
<p>Een maand later braken er betere tijden aan. Ceesay startte in de basis tegen Ajax. Willem II maakte die middag een einde aan de ongeslagen competitiestatus van Ajax die meer dan een jaar had geduurd. Ceesay speelde een zeer behoorlijke wedstrijd en gaf de aanzet voor de actie waaruit het enige doelpunt kwam.</p>
<p><strong>Verschillende stemmingen</strong><br />
Martin van Geel omschrijft de Gambiaanse speler als volgt: ‘Jatto is een jongen die verschillende stemmingen heeft. Hij kan het ene moment heel uitbundig en open zijn en daarna weer heel gesloten. Hij is erg geobsedeerd om te slagen als voetballer. Op de momenten dat hij voelt dat het gaat lukken dan fleurt hij helemaal op. Maar op de momenten dat het tegenzit, dan zakt hij volledig terug en sluit hij zich af voor de buitenwereld.’</p>
<p>Voetbaltechnisch is Van Geel zeer tevreden. ‘We willen graag met hem door en zijn tevreden over de manier waarop hij dingen oppikt. De technische staf heeft een positief advies aan het bestuur gegeven. Jatto is alleen nog te snel teleurgesteld als dingen niet lopen zoals hij dat wenst. Dat voelde ik al na het eerste gesprek met hem. Hij had het idee dat hij zich met alle gemak in het eerste zou spelen. In Gambia wordt hij misschien op handen gedragen, hier is hij een van de 22 spelers. Maar hij heeft zonder meer de capaciteiten om een volwaardige eredivisiespeler te worden. Op de trainingen maakt hij dat al meer dan voldoende waar. Tijdens de wedstrijden heeft hij nog te veel last van spanning. Hij wilt het te goed doen en legt te veel druk op zichzelf.’</p>
<p>Thuis zit Jatto Ceesay gespannen te wachten. Hij wil onmiddellijk weten wat Martin van Geel allemaal gezegd heeft en is opgelucht als blijkt dat de boodschap overwegend positief is. Ieder moment verwacht hij namelijk uitsluitsel over een nieuw contract. Door de woorden dat de technische staf een positief advies heeft uitgebracht aan het bestuur, weet hij vrijwel zeker dat dit nieuwe contract in zijn broekzak zit. Ontspannen onderuit gezakt op de bank blikt hij dan ook terug op zijn eerste acht maanden in Nederland. Hij vertelt dat de eerste maanden moeilijk waren. ‘Ik wist nog niet veel over Nederland, vooral niet op het gebied van geld, reizen en uitgaan. Nu ga ik overal heen.’</p>
<p><strong>Racisme</strong><br />
Moeilijk was het vooral om vrienden te krijgen. Dat lag zeker niet aan het feit dat Ceesay zich passief opstelde. ‘Ik ging vaak in mijn eentje naar nachtclubs en cafés’, zegt hij. ‘Dat is beter dan alleen thuis te zitten. Ik kon zo de mensen observeren en dan leer je toch weer iets meer over de gewoonten van de Nederlanders. Soms raakte ik dan aan de praat met mensen, meestal niet.’</p>
<p>In de acht maanden heeft Ceesay ook een aantal vervelende ervaringen meegemaakt. ‘Ik ben drie keer in Amsterdam geweest’, zegt hij. ‘Daar heb ik van racisme helemaal niets gemerkt. Maar Tilburg is een kleine stad; daar zijn ze niet gewend aan mensen uit een andere cultuur. Ik zie het soms aan de manier waarop mensen naar me kijken.’</p>
<p>Maar een aantal keren heeft hij het ook heel direct ervaren. ‘Ik ben in twee nachtclubs geweigerd. De eerste keer was ik alleen. Ze gaven geen reden waarom ze me weigerden. De tweede keer was ik met twee jongens uit Congo en Ghana. Toen hadden we helemaal geen schijn van kans. Ze zeiden dat we geen lid waren. Ondertussen zag ik iedereen zonder pasje naar binnen gaan.<br />
Later ging ik er eens naartoe met keeper Jimmy van Fessum. We kwamen er toen zonder problemen in. Hij was ook helemaal geen lid.’  Over deze ervaringen is Ceesay behoorlijk gefrustreerd. ‘In mijn land kan ik overal heen, daar kent iedereen me.’</p>
<p><strong>Epiloog</strong><br />
<em>Jatto Ceesay groeide uit tot een van de publiekslievelingen van Willem II. Hij speelde van 1995 tot en met 2003 bij de Tilburgse club. In de zomer van 2003 vertrok hij naar Al-Hilal in Saoedi-Arabië. Hij keerde in de winterstop van 2004 weer terug in Tilburg om in 2006 te vertrekken naar Cyprus. Nog 1 keer keerde hij terug naar Nederland om in 2007 voor FC Omniworld in Almere te gaan voetballen. Hierna keerde hij weer terug naar Cyprus. Jatto Ceesay in inmiddels 35 jaar en kan terugkijken op een geslaagde loopbaan als profvoetballer.</em><br />
<object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="560" height="340" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="allowFullScreen" value="true" /><param name="allowscriptaccess" value="always" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/LWPP3ZGnQQo&amp;hl=nl_NL&amp;fs=1&amp;" /><param name="allowfullscreen" value="true" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="560" height="340" src="http://www.youtube.com/v/LWPP3ZGnQQo&amp;hl=nl_NL&amp;fs=1&amp;" allowscriptaccess="always" allowfullscreen="true"></embed></object><br />
<em><br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-3/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jatto Ceesay: het Afrikaanse troetelkind van Willem II (2)</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-2/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-2</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-2/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Feb 2010 15:36:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Uitgelicht]]></category>
		<category><![CDATA[Jatto Ceesay]]></category>
		<category><![CDATA[Marc Broere]]></category>
		<category><![CDATA[Willem 2]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=7399</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-2/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/02/jatto1-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="" title="jatto" /></a>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. Met in deze aflevering deel twee van het verhaal van Jatto Ceesay, troetelkind bij Willem II.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-2/attachment/jatto-2/"rel="attachment wp-att-7400" ><img class="alignnone size-full wp-image-7400" title="jatto" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/02/jatto1.jpg" alt="" width="416" height="274" /></a></p>
<p><strong>In Marcs oude doos dit keer deel 2 van een drieluik serie over Jatto Ceesay, de Gambiaanse aanvaller die in 1995 bij Willem II neerstreek.</strong> <strong>Klik <a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-jatto-ceesay-troetelkind/" target="_blank">hier</a> voor deel 1.</strong></p>
<p>Tilburg is nog onbekend terrein voor de voetballer. Hij heeft de stad nog niet verkend en wil voor de wedstrijd van vanavond nog scheenbeschermers kopen. ‘Ik zet je wel in het centrum van de stad af’, zegt Martin van Geel die een en al bereidwilligheid is. De winkel is niet moeilijk te vinden. Binnen verwondert Ceesay zich over het grote assortiment. Hij wil eigenlijk wel van alles hebben: slippers, scheenbeschermers, een voetbaltas, voetbalschoenen voor zijn broertje. De Gambiaan is onaangenaam verrast door de hoge prijzen en komt onzeker over. De jonge verkoper vraagt of Ceesay misschien een profvoetballer is omdat hij zulke goede scheenbeschermers wil hebben. Jatto knikt. ‘Bij welke club speel je dan? Bij Willem II? Ben jij soms Jatto Ceesay? Ik heb in de krant gelezen dat je vanavond je debuut maakt.’</p>
<p>De onzekere houding van Ceesay verdwijnt als sneeuw voor de zon. Hij komt opeens zelfbewust, ja zelfs arrogant over en begint te commanderen. ‘Breng me dat!’ De winkelbediende vertelt dat hij naar alle thuiswedstrijden van Willem II gaat en hoe geweldig hij dat allemaal wel niet vindt. De Afrikaanse speler reageert er amper op, maar geniet er duidelijk van dat hij volop in de belangstelling staat. ‘Hier hang jij straks ook tussen’, zegt de jongen, wijzend op een rek met sleutelhangers waarop afbeeldingen van alle spelers van Willem II staan.</p>
<p>Als hij de scheenbeschermers heeft uitgekozen, koopt Ceesay ook nog een witte cap die hij op zijn hoofd zet. Hij kijkt in de spiegel en er verschijnt een stralende lach op zijn gezicht. ‘Vanavond schiet ik er twee in’, zegt hij. In de bus naar huis beleeft de voetballer nog enkele spannende momenten. Het is voor het eerst dat hij zelfstandig naar huis moet, omdat het voorrecht om met de auto te worden opgehaald vandaag over is. Hij zit een tikkeltje onwennig in de bus en vraagt herhaaldelijk of dit nog niet de goede halte is. ‘Ik ga Willem II vragen of ze geen auto met chauffeur voor me kunnen regelen’, zegt hij geïrriteerd. In Gambia heeft Ceesay zijn eigen taxichauffeur en rijdt hij ook zelf auto, hoewel hij geen rijbewijs heeft. Maar geen agent zelf hem ooit aanhouden, omdat hij de bekendste voetballer van het land is. Thuis gaat Jatto nog een keer proberen om een lift te regelen voor vanavond. Natuurlijk willen Hans en Wil Visser hem nog wel een keer naar het stadion brengen. Het is immers zijn eerste wedstrijd.</p>
<p><strong>Het eerste doelpunt</strong><br />
Hilvarenbeek, enkele uren later. De spelersbus van Willem II staat geparkeerd voor het kleine maar nieuwe sportcomplex in Hilvarenbeek. Hier speelt het tweede elftal van de Tilburgse club tegen de amateurs van Hilvaria. De spelers zijn bezig met hun warming up. Jatto is de enige die scheenbeschermers draagt. Behalve Hans en Will Visser is ook Jan van Gool aanwezig. Zo is de Afrika-enclave van Willem II present als onmisbare morele steun. Het drietal staat vlak naast de spelersbank waar trainer Jim Calderwood op een wel zeer luidruchtige manier zijn team coacht. Hij reageert met de meest verschikkelijke scheldtirades op enkele vreemde beslissingen van de scheidsrechter. De naam van de zoon van God galmt over het veld. De zeer gelovige Will Visser heeft het er moeilijk mee. ‘Maar Jimmy gelooft wel in God hoor’, zegt ze vergoeilijkend.</p>
<p>Ceesay doet het zeker niet slecht. Hij biedt zich goed aan, is doelgericht en schiet een keer vanuit kansrijke positie hoog over. Hij maakt zelfs een zuiver doelpunt dat ten onrechte wordt afgekeurd. Jan van Gool zegt in de rust dat Ceesay een van de weinige spelers is die een voldoende heeft gehaald. In de tweede helft maakt Ceesay enkele mooie acties, maar laat hij telkens gaten vallen op het middenveld. Calderwood schreeuwt hem herhaaldelijk toe. ‘Jatto, midfield.’  En dan met een diepe zucht. ‘Jezus Christus, die jongen heeft nog nooit van verdedigen gehoord.’ Na een minuut of twintig schiet Ceesay de bal uit een rebound in het doel. Het is 1-0 voor Willem II. Hij laat zich ‘cool’  feliciteren. De supporters van Hilvaria balen en maken de Gambiaan tot mikpunt van hun bijtende grapjes, waarbij ze het telkens over ‘die zwarte’ hebben. Vlak voor tijd beslist de Tilburgse ploeg de wedstrijd met een tweede doelpunt.</p>
<p><strong>Pilsje</strong><br />
Jan van Gool en Hans Visser bestellen een pilsje in de kantine en proosten op Jatto. ‘Nou Jan, et is natuurlijk geweldig dat Jatto meteen een doelpunt maakt.’ Dat moet Van Gool beamen. Ceesay komt na twintig minuten in de kantine. Hij heeft zijn witte cap op en zweet heftig ondanks dat hij onder de douche vandaan komt. ‘Ik zei toch dat ik er twee zou scoren’, zegt hij lachend. ‘Allen hebben ze er eentje afgekeurd.’ Jan van Gool overlegt met anderen of Jatto met de spelersbus mee naar Tilburg moet of dat hij hem toch nog een keer naar huis kan brengen. ‘Die jongen weet absoluut nog niet hoe hij met de bus van het stadion naar huis moet. Zeker als het donker is, kan hij verdwalen.’</p>
<p>De elftalbegeleider twijfelt zichtbaar. ‘Ach vooruit, nog een laatste keer dan’, zegt  hij uiteindelijk. Ceesay springt bijna een gat in de lucht. Natuurlijk gaat de inmiddels beroemde cassette ook nu weer de recorder in. De speler beweegt mee op het ritme van de muziek en zit duidelijk lekker in zijn vel.’</p>
<p><em>Volgende week het laatste deel van Jatto Ceesay, troetelkind.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: Jatto Ceesay, troetelkind</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-jatto-ceesay-troetelkind/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs-oude-doos-jatto-ceesay-troetelkind</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-jatto-ceesay-troetelkind/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 03 Feb 2010 08:18:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Jatto Ceesay]]></category>
		<category><![CDATA[Willem II]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=7105</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-jatto-ceesay-troetelkind/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/02/jatto-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="" title="jatto" /></a>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. Met in deze aflevering het verhaal van Jatto Ceesay, troetelkind bij Willem II.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-jatto-ceesay-troetelkind/attachment/jatto/"rel="attachment wp-att-7110" ><img class="alignnone size-full wp-image-7110" title="jatto" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/02/jatto.jpg" alt="" width="416" height="274" /></a></p>
<p><strong>In Marcs oude doos dit keer deel 1 van een drieluik serie over Jatto Ceesay, de Gambiaanse aanvaller die in 1995 bij Willem II neerstreek.</strong>.</p>
<p>Schiphol 19 augustus 1995. Vol verwachting tuurt de delegatie van Willem II over de hoofden van de tientallen vakantiegangers die gebruind zijn teruggekomen. Waar blijft Jatto Ceesay, de nieuwe aanwinst van de Tilburgse eredivisieclub? De speler komt uit Gambia, dat een populaire vakantiebestemming is geworden. Hij heeft in ieder geval het voordeel dat hij goedkoop kan vliegen naar zijn vaderland, omdat Transavia chartervluchten onderhoudt. Het welkomstcomité van Willem II is zorgvuldig samengesteld uit mensen die affiniteit hebben met Afrika. Jeugdtrainer Jan van Gool is actief binnen de stichting Sportontwikkeling Burkina Faso en geeft al jaren cursussen aan aspirant-trainers uit dit West-Afrikaanse land. Bestuurslid Hans Visser en zijn vrouw Will zijn ook een keer meegeweest naar Burkina Faso om een bestuurscursus te geven en zijn daarnaast betrokken bij ontwikkelingshulp aan Rwanda. Bovendien krijgen ze binnenkort twee Afrikaanse jeugdspelers in huis.</p>
<p><strong>Oude kaftan</strong><br />
Will Visser is de eerste die de voetballer in het oog krijgt. ‘Kijk, daar is hij’, roept ze uit, alsof een filmster arriveert. Een aantal omstanders kijkt dan ook nieuwsgierig naar de Afrikaanse jongen die een prachtige oude kaftan draagt. Jatto Ceesay is zichtbaar opgelucht dat hij bekenden ziet. Het zijn dezelfde mensen die hem tijdens een oefenstage in mei begeleidden. Hij wordt omhelsd en er worden foto’s gemaakt.</p>
<p>De voetballer open zijn bagage en haalt er een pakje uit. ‘Dit is een cadeau van meneer Conateh, de voorzitter van de Gambiaanse voetbalbond, aan het bestuur van Willem II.’ Hans Visser pakt het presentje nieuwsgierig uit. Het blijkt een opgerolde foto van meneer Conateh zelf te zijn. Jan van Gool en Will Visser kunnen een heimelijke glimlach niet onderdrukken. ‘Wat hebben de Nederlandse kranten allemaal over mijn komst geschreven?’vraagt Jatto nieuwsgierig. De Gambiaan heeft duidelijk het idee dat hij hier als een grote vedette wordt gezien, net als in zijn eigen land. Daar was hij tenslotte een sterspeler in het nationale team.</p>
<p><em> </em><br />
<strong>Seks op het strand</strong><br />
Tilburg, drie dagen later. Jatto Ceesay maakt zijn debuut in het tweede elftal van Willem II. De speler is ondergebracht bij een hospita, die niet toevallig de zuster van Jan van Gool is. Hij zit ontspannen aan zijn ontbijt, gekleed in een grijs trainingspak en op blote voeten. Ceesay maakt een opgeruimde indruk en dat heeft een reden. ‘Ik heb gisteren met mijn vriendin in Gambia gebeld’, zegt hij. ‘Heb je gezien hoe mooi zijn vriendin is?’ roept hospita Jeanne Pelkmans vanuit de keuken. ‘Kijk maar naar dat stapeltje foto’s op de tafel.’ Op de foto’s staat een mooi meisje in traditionele kleding. Ook ligt er een foto bij van de voetballer en een aantal andere spelers die op audiëntie zijn bij de president van het land.</p>
<p>‘Jatto, telefoon’, zegt Pelkman. ‘Martin van Geel wil je spreken.’  De technisch manager van Willem II zegt dat hij Jatto over twintig minuten komt ophalen om bij voorzitter Wim Groels het officiële contract te tekenen. Anders kan de speler vanavond niet worden opgesteld. Ceesay gaat zich boven omkleden en komt weer naar beneden in een spierwit T-shirt met een opmerkelijk opschrift: <em>sex on the beach.</em> Op het shirt staat een afbeelding van een cocktailglas met daarnaast de ingrediënten van een cocktail die blijkbaar ‘sex on the beach’ heet. In dit tenue gaat hij naar een deftige voorzitter die zijn spelers verbiedt om lang haar en oorbellen te dragen.</p>
<p><strong>Lievelingsbandje</strong><br />
In Martin van Geels auto stopt Ceesay onmiddellijk zijn lievelingsbandje in de cassetterecorder. ‘Jatto, we moeten nog een aantal formaliteiten regelen, zoals een ziektekostenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering.’  Van Gool spreekt de naam van de verzekeringen in het Nederlands uit.  Ceesay kijkt fronsend: ‘Wat zei je?’  Van Geel slaakt een zucht. ‘Hoe zeg je zoiets in het Engels?’ Ook moet er nog een bankpasje worden geregeld. Dat begrijpt de speler maar al te goed. ‘Voor het bellen naar Gambia hebben we ook een oplossing gevonden’, vervolgt Van Geel. ‘Je krijgt maandelijks een telefoonkaart. Daarmee kun je bellen naar huis vanuit het stadion. Als de kaart voor het eind van de maand op is, dan moet je zelf een nieuwe kopen. Denk eraan dat je niet bij de hospita belt.’  Ceesay knikt lachend. Hij begrijpt het.</p>
<p>Martin van Geel parkeert zijn auto voor het stadion en loopt direct naar de bestuurskamer. De Gambiaanse voetballer neemt plaats en kijkt rustig om zich heen naar de grote vergadertafel en de bar. Van enige gespannenheid lijkt geen sprake. Na enkele minuten komt voorzitter Wim Groels binnen. Hij geeft een vluchtige hand, legt de papieren op tafel en komt meteen ter zake. Hoewel hij verschillende malen naar Ceesay’s T-shirt kijkt, zegt Groels er niets van. Binnen vijf minuten zijn de formaliteiten klaar, bezegeld met een ferme handdruk en de gelukswensen van de voorzitter.</p>
<p><em>Volgende week het <a href="http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/jatto-ceesay-het-afrikaanse-troetelkind-van-willem-ii-2/">tweede deel </a>van Jatto Ceesay, troetelkind.<br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-jatto-ceesay-troetelkind/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: Op bezoek bij Prince Polley (3)</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-3/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-3</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-3/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 30 Jan 2010 10:07:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Ghana]]></category>
		<category><![CDATA[Jan van Halst]]></category>
		<category><![CDATA[Prince Polley]]></category>
		<category><![CDATA[Sparta]]></category>
		<category><![CDATA[Twente]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=6853</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-3/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/01/polley21-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="" title="polley2" /></a>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. Met in deze aflevering het laatste deel van het bijzondere verhaal van Prince Polley.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-3/attachment/polley2-2/"rel="attachment wp-att-6854" ><img class="alignnone size-medium wp-image-6854" title="polley2" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/01/polley21-460x306.jpg" alt="" width="460" height="306" /></a><br />
<strong>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. Met in deze aflevering het laatste deel van het bijzondere verhaal van Prince Polley.</strong></p>
<p><strong>Scoutingswerk</strong><br />
Het is inmiddels eind van de middag en de zon gaat onder. Polley zegt dat er in de stad een voetbalwedstrijd is tussen King Faisal, de tweede club uit Kumasi, en Hearts of Oak, het topteam uit de hoofdstad Accra.  Hij belt een vriend om ons naar het stadion te brengen. Zelf heeft hij geen zin om mee te gaan. ‘Ik ga eigenlijk nooit meer naar het stadion, zelfs niet als de Black Stars in Kumasi spelen.’ Banden met de voetballerij heeft hij sowieso nauwelijks nog. ‘Een paar jaar geleden ben ik gevraagd om wat scoutingswerk te doen voor de voetbalschool van Feyenoord in Ghana, maar daar voelde ik weinig voor. Soms zie ik nog wel eens een echt talent in Kumasi. Die stuur ik dan door naar Nii Lamptey (de oud-speler van Anderlecht en PSV) die nu coach is van een clubteam hier in Ghana. Van Lamptey weet ik zeker dat hij goed met jonge talenten zal omgaan, omdat hij zelf vroeger als jonge speler ten onder is gegaan aan te hoge verwachtingen.’ Verder komen jonge voetballers uit Kumasi, die door een buitenlandse club zijn benaderd, soms nog even bij hem langs voor advies. Een recent voorbeeld is jeugdinternational Ransford Osei die inmiddels onder contract staat bij FC Twente. ‘Ik heb hem natuurlijk een positief advies gegeven.’</p>
<p>Daarnaast kan Polley niet mee naar de wedstrijd omdat hij ander werk te doen heeft. ‘Ik moet mijn mensen gaan uitbetalen’, zegt hij. De oud-voetballer heeft een eigen constructiebedrijfje dat aan wegenbouw en huizenbouw doet. Daarnaast verhuurt hij gigantische vrachtwagens die over de wegen in West-Afrika razen. ‘Het leven is niet slecht voor mij’, lacht hij. ‘Ik word wakker en ga vervolgens rustig kijken hoe het gaat op de plaatsen waar we aan het werk zijn. Pas aan het einde van de middag hoef ik terug om de mensen uit te betalen. Dan kan ik ’s avonds rustig ontspannen met mijn vrienden. Ik ben niet rijk, maar met het geld dat ik heb gespaard en nu verdien kan ik doen wat ik wil.’</p>
<p>Terwijl we in de auto stappen, zegt Polley hier in Ghana volmaakt gelukkig te zijn. ‘Ik heb altijd geweten dat ik direct na mijn voetballoopbaan weer terug naar Ghana wilde. Je hebt hier geen stress. In Nederland werd ik telkens weer zenuwachtig als ik mijn brievenbus opende. Hier in Ghana zijn er gelukkig geen brievenbussen die ik hoef te openen en is er niemand die ook maar enige druk op me uitoefent.’</p>
<p><strong>Legendevorming</strong><br />
In een matig gevuld stadion kijken we naar de wedstrijd. We zitten in het supportersvak van Hearts of Oak en de hele wedstrijd wordt er gezongen en gedanst. En ook hier is de vuvuzela doorgedrongen. De uitploeg wint uiteindelijk met 0-1. We spoeden ons daarna naar Parlian, het stamcafé van Prince Polley dat midden in de wijk Bantama ligt. Binnen is café vrijwel leeg, maar buiten zijn alle tafeltjes bezet en hangen tientallen mensen rond. Als Polley zijn auto parkeert, moet hij eerst veel mensen begroeten. Hij stelt ons voor aan een groep artsen uit het ziekenhuis van Kumasi. Een deel van de stamgasten zijn hoogopgeleiden die inmiddels elders in de stad wonen, maar net als Polley in de avonduren het liefst rondhangen in de armere wijk waar ze geboren zijn.  Het is duidelijk dat de oud-voetballer de grote bink is bij iedereen. ‘Ik ben de enige uit deze wijk die voor Asante Kotoko en de Black Stars heeft gespeeld’, zegt hij.</p>
<p>Er is sowieso veel legendevorming rondom de spelers uit zijn tijd, merkt Polley.  ‘Spelers als Michael Essien, Sule Muntari en Matthew Amoah zijn hier iedere week op de televisie te zien. Juist omdat mijn generatie dat niet was, lijkt het soms wel alsof onze prestaties extra groot worden gemaakt in de perceptie van mensen. Hoewel Ghana zich nu al twee keer achter elkaar voor de WK heeft geplaatst, klagen mensen over het weinig aantrekkelijke voetbal van de Black Stars. Wij hebben ons nooit geplaatst voor het WK, toch heeft iedereen het er nog steeds over hoe mooi het voetbal was dat wij speelden.’</p>
<p>Polley neemt naar eigen zeggen ‘bij hoge uitzondering’ een glas bier. We vragen hem hoe hij nu terugkijkt op zijn voetballoopbaan. Is hij niet teleurgesteld dat het na FC Twente bergafwaarts ging in plaats van die stap omhoog waar hij destijds van droomde?</p>
<p>Onmiddellijk is daar weer die brede lach. ‘Ach, zo is het leven. Ik bekijk het liever van de andere kant en waardeer de dingen die ik wél bereikt heb. Ik heb de kans gehad om in de Eredivisie te spelen én voor het nationale team van Ghana. In twee seizoenen heb ik in de competitie 20 goals voor FC Twente gemaakt en bij Sparta in één seizoen 16 doelpunten. Dat is best aardig voor een aanvaller die niet bij een topclub speelt. Verder heb ik gespeeld tegen Romario, Koeman, Rijkaard, Ronaldo en nog andere echte topspelers.  Ik ben er trots op dat ik deel heb mogen uitmaken van deze voetbalgeneratie.’</p>
<p><strong>Altijd lachen</strong><br />
Het wordt een lange avond in Parlian. Polley vertelt het ene verhaal na het andere. Over Jon Dahl Tomasson bijvoorbeeld die vaak met hem meereed naar de training van Heerenveen, maar weinig vertrouwen had in de rijstijl van de Ghanees; en wiens Mountain Bike toen hij net in Nederland woonde ooit op het station in Heerenveen werd gestolen, waarna hij Polley in paniek uit bed belde. ‘Ik vind het heel leuk dat hij zo’n succesvolle carrière heeft gekregen. Dat had ik toen nooit verwacht.’ Ook praat Polley opvallend vaak en met warme gevoelens over Rob Baan die hij beschouwt als zijn tweede vader. ‘Rob heeft een hele belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Hij is een hele goede man.’</p>
<p>Maar we praten ook over zijn eigen karakter. Door zijn oud-ploeggenoten wordt Prince Polley altijd als een ietwat vreemde vogel getypeerd. Hij denkt wel te weten waar dat aan ligt. ‘Dat komt omdat ik een persoon ben die altijd lacht. Als ik jullie nu zou doden, dan lach ik. Als jullie mij nu zouden doden, dan blijf ik ook lachen. Op de momenten dat mijn ploeggenoten boos op mij waren, dan lachte ik. Als ik scoorde, lachte ik ook. Wat iemand ook doet of zegt: ik kijk naar je en ik lach. Welke gevoelens er achter mijn lach schuilgaan zal nooit iemand merken. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar, en daarom is het ook moeilijk om met mij samen te leven. Mensen weten nooit wat ik denk.’</p>
<p>Het is al na middernacht als we naar ons hotel lopen. Onderweg vertelt Polley dat hij besloten heeft om in juni 2010 naar het WK in Zuid-Afrika te gaan. ‘Ik wil er gewoon zijn en ervan genieten. Voor het Afrikaanse continent is dit een historisch moment en toch ook een droom, omdat de hele voetbalwereld op dat moment in Afrika is. Hoe gaat Afrika zich aan de rest van de wereld presenteren? Ik wil daar bij zijn om deze historische gebeurtenis, waar ons hele continent naar toeleeft, mee te maken. Ik hoop dat mensen hun vaak negatieve beeld van Afrika zullen bijstellen als ze er eenmaal geweest zijn.’</p>
<p>Maar eerst gaat hij in januari nog een maand op vakantie naar Nederland. Dan zal hij zeker even gaan kijken naar de training van Sparta waar de trouwe en oude fans hem nog altijd mee veel warmte begroeten en hij misschien wel weer een bal teruggooit op het trainingsveld.  ‘En’, zo verzekert Polley als we afscheid nemen bij de poort van het hotel, ‘ik ga dit keer ook maar eens op bezoek bij FC Twente.’ Nog één keer komt zijn brede lach tevoorschijn. ‘Dan hoop ik dat Jan van Halst me uitnodigt om bij hem te komen eten.’</p>
<p><em>Dit verhaal verscheen drie weken geleden ook in Voetbal International. </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-3/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: Op bezoek bij Prince Polley (2)</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-2/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-2</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-2/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 29 Jan 2010 08:55:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Afrika Cup]]></category>
		<category><![CDATA[Ghana]]></category>
		<category><![CDATA[Prince Polley]]></category>
		<category><![CDATA[WK 2010]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=6838</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-2/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/01/polley31-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="" title="polley3" /></a>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. Met in deze aflevering het bijzondere verhaal van Prince Polley.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-2/attachment/polley3-2/"rel="attachment wp-att-6842" ><img class="alignnone size-medium wp-image-6842" title="polley3" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/01/polley31-460x306.jpg" alt="" width="460" height="306" /></a><br />
<strong>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. Met in deze aflevering het tweede deel van het bijzondere verhaal van Prince Polley.<br />
</strong></p>
<p><strong>Bijna verdronken</strong><br />
Op 13 mei 1988 maakte Prince Polley zijn debuut voor Sparta in een thuiswedstrijd tegen Feyenoord. De Spartanen verloren met 1-3. Het seizoen daarop maakte Polley 16 doelpunten  en was hij één van de eerste Afrikaanse spelers die furore maakte in de Eredivisie. ‘Naast mij was Mohamed Sylla van Willem 11 geloof ik de enige andere Afrikaanse voetballer in Nederland’, zegt hij. ‘We waren toen nog een exotische verschijning op de Nederlandse velden.’ Op zijn beurt moest Polley wennen aan de Nederlandse voetbalhumor. Eén keer zelfs bijna met fatale gevolgen. ‘Tijdens mijn eerste trainingskamp met Sparta in Limburg ben ik bijna verdronken. Ik zat naast het zwembad een ijsje te eten en ben toen door mijn medespelers in het water gegooid. Ze realiseerden zich niet dat ik niet kon zwemmen. Ik zakte naar de bodem en kreeg water in mijn longen. Uiteindelijk hebben een paar medespelers me uit het water gered en op de kant gelegd.’</p>
<p>Toen Polley hoorde dat Rob Baan bij Sparta weg zou gaan, besloot hij ook zelf te vertrekken. Hij belandde bij het Belgische Beerschot en scoorde in zijn eerste seizoen</p>
<p>zeven doelpunten. Toen Beerschot in financiële problemen kwam, werd Polley verkocht aan Germinal Eekeren. Ook hier wist hij in zijn eerste seizoen zeven keer te scoren. ‘Eekeren was een echt familieteam’, blikt hij terug. ‘Ook buiten het voetbal om trokken de spelers veel met elkaar om. Ik vond het vooral leuk om met Simon Tahamata samen te spelen.’ Toen Polley na een jaar een telefoontje kreeg van Rob Baan, hoefde hij zich geen moment te bedenken. ‘Rob was trainer van FC Twente geworden en nodigde me uit voor een testwedstrijd tegen Charleroi. Na die wedstrijd kreeg ik meteen een contract aangeboden.’</p>
<p><strong>Eigen fanclub</strong><br />
Bij FC Twente speelde Prince Polley tussen 1992 en 1994 het beste voetbal uit zijn carrière.</p>
<p>In twee seizoenen maakte hij 20 doelpunten. De Ghanees speelde in een elftal met onder andere Jan van Halst, Fred Rutten, Ronald de Boer, Youri Mulder, Michel Boerebach en de toen nog jonge talenten Gerald Sibon, Boudewijn Pahlplatz en Michael Mols. En hij groeide uit tot een cultfiguur in Enschede. ‘Ik was de enige speler met een eigen fanclub’, zegt hij lachend. ‘Ze droegen altijd een zwart shirt met daarop een witte afbeelding van mijn hoofd. <em>Go Polley go</em>, stond er op. Deze supporters bezochten me ook regelmatig thuis.’</p>
<p>Ook persoonlijk had Polley zijn draai gevonden in Enschede. Hij reisde vaak op en neer naar Duitsland waar Tony Yeboah bij Eintracht Frankfurt speelde. Ook bewaart hij goede herinneringen aan Youri Mulder en zijn ouders. ‘De moeder van Youri kwam vaak voor hem koken. Dan at ik ook regelmatig mee. Zij was een hele hartelijke vrouw.  Ook zijn vader Jan kwam dan mee. Met hem kon je enorm lachen.’</p>
<p>En dan was daar Jan van Halst. Bij het noemen van zijn naam schiet Polley onbedaarlijk in de lach. Van Halst beschreef enkele jaren geleden op de website van FC Twente in geuren en kleuren hoe hij Polley tot twee keer toe had uitgenodigd om bij hem thuis te komen eten. De Ghanees kwam echter nooit opdagen omdat hij beide keren in slaap was gevallen. Pas bij de derde uitnodiging ging het goed. Ook schreef Van Halst dat Polley zich nooit aan de tactische aanwijzingen van de trainer hield, maar bij zijn boze medespelers altijd weer vergiffenis afdwong door het maken van belangrijke doelpunten. ‘Jan en ik hadden vaak ruzie met elkaar’, zegt hij. ‘Soms moesten we bij Rob Baan in zijn kantoor komen om het uit te praten. Jan had er vooral een hekel aan als ik hem met de buitenkant voet aanspeelde. Die ballen kon hij namelijk moeilijk controleren. Dan begon hij altijd enorm naar me te schreeuwen. Als ik vervolgens alleen maar teruglachte, werd hij nog bozer.’</p>
<p>Toch benadrukt Polley dat hij Jan van Halst de fijnste collega vindt met wie hij ooit heeft samengespeeld. Hij spreekt zelfs een videoboodschap voor zijn oud-ploeggenoot in.</p>
<p>‘Jan is een hele emotionele jongen’, zegt hij vervolgens. ‘Als het moeilijk ging in een wedstrijd, dan was hij het die altijd doorvocht en het team bleef motiveren. En telkens als ik scoorde was hij de eerste die me kwam feliciteren. Ik vind het fantastisch dat FC Twente het nu zo goed doet en heb begrepen dat Jan nu commercieel manager van de club is. Er is niemand die ik dat succes zo gun als hem.’</p>
<p><a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-2/attachment/polley4-2/"rel="attachment wp-att-6850" ><img class="alignnone size-medium wp-image-6850" title="polley4" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/01/polley41-232x350.jpg" alt="" width="232" height="350" /></a><br />
<strong></strong></p>
<p><strong>Gemene trucs</strong><br />
Bij FC Twente maakte Nederland ook kennis met een andere onberekenbare eigenschap van de Ghanese voetballer. Toen de Tukkers een uitwedstrijd tegen Feyenoord moesten spelen, wist Polley uit ervaring dat hij het zwaar zou krijgen tegen John de Wolf.  Ook dit keer begon de wedstrijd niet in zijn voordeel. ‘De eerste tien minuten kreeg ik al een paar schoppen. Ik moest iets doen om niet helemaal uit de wedstrijd gespeeld te worden.’ Die mogelijkheid kwam tijdens een corner. Toen Polley zijn hand naar achteren deed voelde hij iets vreemds. ‘Ik realiseerde me opeens dat ik de ballen van De Wolf beet had. Ik aarzelde geen moment en gaf er een enorme draai aan. Hij viel op de grond en begon te schreeuwen.  Zijn ogen waren helemaal rood. Jaren later zagen mijn broertje en ik een interview met hem op de televisie. De Wolf vertelde toen dat ik de vuilste speler was tegen wie hij ooit heeft gespeeld. We hebben toen erg gelachen.’</p>
<p>Toch staat het incident met De Wolf niet op zichzelf. Terugkijkend op zijn carrière zegt Polley dat hij inderdaad een gemene speler was.‘Gemene trucs waren onderdeel van mijn spel. Ik trapte vaak bewust hard op de tenen of voeten van verdedigers, ook als de bal niet in de buurt was, en deed dan alsof dit per ongeluk was gebeurd. Maar ik had hier een bewust plan mee. Soms lieten spelers zich hierdoor provoceren en kregen dan een gele of zelfs rode kaart. Als ik eenmaal een paar tikken had uitgedeeld, wist ik zeker dat ik de rest van de wedstrijd ruimte voor mezelf had afgedwongen en mijn beste spel kon spelen.’</p>
<p><strong>Topscorer</strong><br />
Inmiddels was Polley ook uitgegroeid tot een belangrijke en veel scorende international van Ghana. Met de <em>Black Stars</em> haalde hij zelfs de finale van de Afrika Cup in 1992 waar de Ghanezen uiteindelijk na een bloedstollende penaltyserie (11-10) van Ivoorkust verloren.</p>
<p>Ook tijdens de Afrika Cup in 1994 was hij van de partij. Als Ghanees international en na twee goede seizoenen bij FC Twente had Prince Polley een duidelijk toekomstbeeld. ‘Het was mijn droom om topscorer van Nederland te worden. Ik hoopte op een transfer naar Ajax, PSV of Feyenoord. Of anders naar een goede club in Duitsland of Engeland.’</p>
<p>Uiteindelijk werd het Heerenveen. Hoewel Polley slechts negentien wedstrijden voor Heerenveen speelde en maar twee keer scoorde, kan hij smakelijk vertellen over zijn periode in Friesland. Hij speelde in een team met onder andere Gertjan Verbeek, Hennie Meijer, Piet Keur, Jan de Visser en een piepjonge Jon Dahl Tomasson. Het was een gezellige groep die regelmatig met elkaar op stap ging, bijvoorbeeld naar Amsterdam. Ondertussen ging het met Polley zelf niet goed. ‘Ik speelde sinds de Afrika Cup in 1992 al met pijn in mijn knie. Het tweede seizoen bij FC Twente gebruikte ik al vaak pijnstillers voor de wedstrijd. Bij Heerenveen nam de pijn steeds verder toe. De clubarts hield me eerlijk voor dat hij eraan twijfelde of ik nog door kon gaan met professioneel voetbal. Ik heb me verder laten onderzoeken door dokter Martens in België die ook weinig optimistisch was.’</p>
<p>Rob Baan adviseerde hem om een divisie lager voor Excelsior te gaan spelen, zodat zijn knie niet belast werd met twee trainingen per dag. Bij Excelsior speelde Polley in twee seizoenen nog 24 wedstrijden en onderging hij een zware knieoperatie. Desondanks werd de pijn alleen maar erger. De Ghanees besloot daarom een streep achter zijn loopbaan te zetten en ging afbouwen bij amateurclub Heerjansdam, waar hij in ieder geval het plezier in het voetbal weer terugkreeg.</p>
<p>Nog één keer lonkte het betaalde voetbal toen hij benaderd werd door FC Aarau in Zwitersland. Zij vochten tegen degradatie uit de hoogste divisie in Zwitserland en hadden voor de play-offs een spits nodig. ‘Omdat het toen redelijk ging met mijn knie ben ik gegaan.</p>
<p>Uiteindelijk is het ook nog een leuk slot van mijn profcarrière geworden. We moesten onze laatste wedstrijd tegen FC Sion winnen om niet te degraderen. Ik scoorde toen het enige doelpunt.’ Meer zat er echter niet in. ‘Ons trainingsveld lag tussen de bergen. In de zomer was het helemaal doorweekt, omdat er gesmolten ijs van de bergen kwam. Dat was heel slecht voor mijn knie. Na een training kon ik bijna niet meer lopen.’ Terug in Nederland speelde Polley nog een seizoen bij de amateurs van Sparta. ‘Uiteindelijk ben ik gestopt op de plaats waar ik ooit begonnen ben. Hiermee was de cirkel rond.’</p>
<p><em>Morgen komt het laatste deel op de website met daarin onder meer zijn werkzaamheden na het einde van zijn profcarrière  en zijn vriendschappen met andere voetballers.</em><br />
<em>Lees <a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-1/" target="_self">hier</a> deel 1 van Marcs oude doos: Op bezoek bij Prince Polley</em><br />
<em>Dit verhaal verscheen drie weken geleden ook in Voetbal International. </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: Op bezoek bij Prince Polley (1)</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-1/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-1</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-1/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 28 Jan 2010 09:52:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[FC Twente]]></category>
		<category><![CDATA[Ghana]]></category>
		<category><![CDATA[Jan van Halst]]></category>
		<category><![CDATA[John de Wolf]]></category>
		<category><![CDATA[Prince Polley]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=6821</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-1/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/01/polley1-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="" title="polley1" /></a>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. Met in deze aflevering het bijzondere verhaal van Prince Polley.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-1/attachment/polley1/"rel="attachment wp-att-6824" ><img class="alignnone size-medium wp-image-6824" title="polley1" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/01/polley1-460x306.jpg" alt="" width="460" height="306" /></a></p>
<p><strong>Vanavond speelt Ghana de halve finale tegen Nigeria. Tijdens deze Afrika Cup is het Asamoah Gyan die als spits de aandacht trekt bij de Ghanezen. Maar de topscorer aller tijden van de Black Stars is Prince Polley. Marc Broere en André van der Stouwe zochten hem onlangs op in Ghana.</strong></p>
<p>Kumasi is een historische stad in het noorden van Ghana waar de troon zetelt van de koning van de Ashanti, een roemrucht volk uit de geschiedenis van Afrika. We rijden met Prince Polley (40) door de wijk Bantama waar hij opgroeide. Het is een volkse buurt met veel bedrijvigheid op straat. De ex-voetballer parkeert zijn auto voor de <em>Lebanese Club</em>. Het is een populaire plaats waar je niet alleen kunt eten en drinken, maar ook kunt sporten. Naast de Club ligt nog een voetbalveldje dat aan alle stereotypes over Afrika voldoet. Het is een stoffig veldje van rood zand, zo’n veldje waar volgens de stereotypes iedere Afrikaanse voetballer op jonge leeftijd én op blote voeten heeft leren voetballen. Prince Polley tovert de hem zo bekende lach tevoorschijn. ‘Kijk zelf’, zegt hij. ‘De kinderen hebben spelen gewoon op sportschoenen en dragen een normaal voetbalshirt. Het beeld van Afrikaanse jongetjes die op hun blote voeten spelen is grotendeels achterhaald. Toch verdwijnt het maar niet uit het beeld dat mensen in Europa van Afrikaans voetbal hebben.’</p>
<p>We staan op een plek waar Polley graag komt. ‘Samen met vrienden ben ik een <em>keep fit</em> club gestart. Iedere zondagochtend gaan we een stuk hardlopen en daarna hier op de club nog wat fitnessen en tennissen. Na afloop spelen we een voetbalwedstrijd met de jeugd. Wij zorgen voor de netten en de ballen, de kinderen voor het onderhoud van het terrein. Voor de kinderen is het leuk en leerzaam om iedere week samen met een paar oud-internationals van Ghana te spelen.’</p>
<p><strong>Gezinshereniging</strong><br />
Prince Polley heeft twee kamers voor ons gereserveerd in het Ashanti Gold Hotel, midden in Bantama.  Het hotel zit in een verbouwing en we zijn vrijwel de enige gasten. Speciaal voor ons gaan het restaurant en de bar open en gehaast wordt de stekker in het zwembad gestoken, waarna het water begint te borrelen.  Polley posteert zich ontspannen aan een tafeltje naast het zwembad. Het begon voor hem allemaal op het veldje dat hij ons net heeft laten zien, vertelt de Ghanees. Hier ontmoette hij op twaalfjarige leeftijd Tony Yeboah. Ze speelden iedere dag samen en kwamen bij een kleine voetbalvereniging terecht die aan de Libanese Club verbonden was. Op zeventienjarige leeftijd werden Polley en Yeboah beiden geselecteerd voor de nationale jeugdselectie van Ghana. ‘In Liberia werden we Afrikaans kampioen. Ik kreeg een contract aangeboden bij Asante Kotoko, de grootste club van Kumasi.’ In 1987 volgde zijn echte doorbraak in Ghana toen Asante Kotoko voor de Afrikaanse Champions League moest spelen tegen het Egyptische Zamalek, de kampioen van Afrika. ‘We wonnen met 5-1 en ik scoorde twee doelpunten’, zegt Polley. Om er opnieuw met een stralende lach aan toe te voegen. ‘Die dag was ik de held van Kumasi.’</p>
<p>De meeste Afrikaanse talenten gaan via een spelersmakelaar naar Europa of worden ontdekt door een scout van een westerse club. Bij Polley ging het anders. ‘Mijn moeder woonde in Rotterdam’, vertelt hij. ‘Als ik voor mijn achttiende naar Nederland zou gaan, kon ik in het kader van de gezinshereniging een verblijfsvergunning krijgen.’ Of en hoe hij verder met voetbal zou moeten, daar had Polley op dat moment geen vastomlijnde plannen voor. Het werd hem in Nederland bijna vanzelf in de schoot geworpen. ‘We woonden op 200 meter van het Sparta-stadion. Ik ging bijna iedere dag naar de training kijken. Dan zag ik spelers als Ed de Goey, René van der Gijp, Mike Snoey en Peter Houtman. Telkens als de bal over de hekken werd geschoten, gooide of schoot ik hem terug.’</p>
<p>Op een dag besloot Polley in actie te komen. De bal was weer over het hek geschoten, maar in plaats van hem terug te gooien liep hij ermee op trainer Rob Baan af. ‘Ik vroeg hem of ik mee mocht trainen. Baan schoot in de lach en zei: zo doen we dat hier niet jongen. Meld je maar aan bij de amateurs van Sparta. Als je echt goed bent, zie ik je hier vanzelf terug.’ Een paar amateur-wedstrijden later stond Polley ook daadwerkelijk weer Baans neus.  ‘Hier ben ik weer, zei ik tegen Rob. Ik had je toch gezegd dat ik terug zou komen.</p>
<p><em>Morgen komt deel twee op de website met daarin onder meer de carrière van Polley en zijn vriendschap met Jan van Halst.</em><br />
<em>Dit verhaal verscheen drie weken geleden ook in Voetbal International. </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2010/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-op-bezoek-bij-prince-polley-1/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: The white coach</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-the-white-coach/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs-oude-doos-the-white-coach</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-the-white-coach/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 14 Jan 2010 10:32:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Afrika Cup 2010]]></category>
		<category><![CDATA[Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=6196</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-the-white-coach/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/01/ArieSchans-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="" title="FBL-AFR2008-CAN-GHA-MOROCCO-NAMIBIA" /></a>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op zijn ontmoetingen binnen het Afrikaanse voetbal. Met deze week een actueel thema: westerse coaches in Afrika.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-the-white-coach/attachment/fbl-afr2008-can-gha-morocco-namibia/"rel="attachment wp-att-6197" ><img class="alignnone size-medium wp-image-6197" title="FBL-AFR2008-CAN-GHA-MOROCCO-NAMIBIA" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2010/01/ArieSchans-459x306.jpg" alt="" width="388" height="259" /></a></p>
<p><strong>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op zijn ontmoetingen binnen het Afrikaanse voetbal. Met deze week een actueel thema: westerse coaches in Afrika.</strong></p>
<p><strong>Terug naar de Afrika Cup in 2008.</strong></p>
<p>Het Novotel in Accra is de thuisbasis van het nationale voetbalelftal van Namibië. We hebben afgesproken dat we om negen uur achter de bus van het elftal naar het trainingsveld zullen rijden. Om één minuut voor negen staat <a href="http://vimeo.com/8735583" target="_blank" target="_blank">Arie Schans</a> (foto) voor de deur van de spelersbus. Alle spelers zitten al binnen. De Liberiaanse sportjournalist <a href="http://vimeo.com/8240311" target="_blank" target="_blank">Emmanuel Geeza Williams</a> kan het bijna niet geloven. ‘Deze coach houdt de tijd aan’, zegt hij lachend. ‘Je kunt wel zien dat hij discipline in het elftal heeft gebracht.’ Langzaam rijdt de spelersbus weg, voorafgegaan door een motoragent en gevolgd door een ambulance. Terwijl we door de straten van de Ghanese hoofdstad rijden, staat het konvooi in het middelpunt van de belangstelling en worden de Namibiers enthousiast toegejuicht. Zelfs bedelaars zijn uitgedost als voetbalsupporters en zwaaien naar Schans en zijn mannen.</p>
<p>Het trainingsveld buiten Accra is speciaal voor de Afrika Cup aangelegd. Schans zet een wit petje op zijn hoofd en geeft een training van ruim anderhalf uur. Als een veldheer overziet hij het trainingsveld. Hij kreeg het team pas enkele weken voor de Afrika Cup onder zijn hoede nadat de Zambiaanse coach Ben Bamfuchile overleed. De uit Veenendaal afkomstige coach moet het doen met spelers die hij tot voor kort helemaal niet kende. Het elftal kent één vedette, Colin Benjamin van HSV. Na Huub Stevens bij zijn club in Hamburg heeft Benjamin nu met Arie Schans opnieuw een Nederlandse trainer. En daar is hij blij om. ‘Ik heb in principe niets tegen een lokale coach, alleen ken ik geen enkele Namibische coach die mij nog iets kan leren’, zegt hij. ‘Van Arie Schans leren we iedere dag weer iets nieuws. Verder heeft hij discipline in het elftal gebracht: als er getraind moet worden, dan wordt er ook echt getraind. Alleen een Europese coach kan ons verder helpen.’</p>
<p><strong>Bonte mix</strong></p>
<p>De mening van Colin Benjamin lijkt door de meeste Afrikaanse voetballanden gedeeld te worden. Bij het merendeel staat een westerse coach voor de groep. Het trainerscorps op deze Afrika Cup bijvoorbeeld is een bonte mix van ervaren Afrika-gangers en coaches die voor het eerst actief zijn op het continent. De zeventigjarige Otto Pfister bijvoorbeeld was alleen in Afrika al bondscoach van Rwanda, Burkina Faso, Senegal, Ivoorkust, Congo, Ghana, Togo en nu Kameroen. Ook de Franse trainer van Ghana, Claude LeRoy, trainde hiervoor al Kameroen, Congo en Senegal. Arie Schans deed eveneens ervaring op in ontwikkelingslanden. Zo was hij bondscoach van het Himalaya koninkrijkje Bhutan en als trainer naast Japan ook nog actief in China en Mozambique.</p>
<p>Een garantie voor succes zijn de ervaren buitenlandse coaches niet. Zo lag de voormalige bondscoach van Frankrijk, Henry Michel, er met Marokko al in de eerste ronde uit. Datzelfde gold voor de inmiddels zelfs ontslagen Roger Lemerre met Tunesië. Ook de Braziliaanse topcoach Carlos Alberto Parrera wist Zuid-Afrika niet door de eerste ronde heen te loodsen, terwijl ook Berti Vogts met Nigeria weinig indruk wist te maken. De winnende coach was net als twee jaar geleden dezelfde lokale coach: Hassan Shehata uit Egypte.</p>
<p><strong>Gebrek aan gekwalificeerde coaches</strong></p>
<p>Terug in het Novotel stapt een fris gedouchte Arie Schans uit de lift. We zoeken een tafeltje aan de bar en hij begint enthousiast te praten over zijn ervaringen. ‘We reden net met de bus door een sloppenwijk en werden door de mensen toegejuicht. Even dacht ik: er moet voor die mensen toch wel wat belangrijker dan voetbal zijn. Aan de andere kant biedt voetbal juist ook voor hen een mogelijkheid om eens plezier in het leven te hebben.’</p>
<p>Op de vraag waarom Namibië eigenlijk een buitenlandse coach nodig heeft, komt Schans met een afgewogen antwoord. ‘Volgens mijn Namibische collega’s komt dat omdat men in Namibië nauwelijks trainersopleidingen heeft en er amper gekwalificeerde coaches zijn. Er is vooral gebrek aan jeugdcoaches die de voetballers in de leeftijd tussen 12 en 16 jaar kunnen trainen. Dit is de zogeheten <em>golden age</em> waarin jonge voetballers voor het eerst met tactiek in aanraking komen. Helaas gebeurt daar nu heel weinig in. Ik zie ook dat spelers uit de lokale competitie van Namibië op het gebied van tactiek heel erg achterlopen bij de spelers die in een buitenlandse competitie uitkomen.’ Schans voegt er aan toe dat er langzaam verbetering komt. ‘De FIFA en ook de KNVB Academie bieden trainerscursussen aan in Afrika. Het niveau van lokale coaches zal daardoor de komende jaren langzaam omhoog gaan. Verder leren lokale coaches en spelers ook veel van de spelers die in de Europese competities uitkomen. Colin Benjamin bijvoorbeeld steekt echt tijd in het coachen en begeleiden van de spelers die in de Namibische competitie voetballen.’</p>
<p><strong>Een vuist maken </strong></p>
<p>Een andere ervaren Afrika Cup ganger is oud-trainer <a href="http://vimeo.com/8735583" target="_blank" target="_blank">Piet de Visser</a>. We rijden met de meesterscout van PSV en Chelsea-eigenaar Roman Abramovich naar Tema om op bezoek te gaan bij de Tema Allstars, een team dat hij al meer dan tien jaar ondersteunt met ballen, schoenen en shirtjes. Terwijl we naar de training kijken –en De Visser slechts weinig tijd nodig heeft om de beste speler van het veld te ontdekken- geeft hij zijn visie op het nut van westerse coaches in Afrika. ‘Het Afrikaanse voetbal breekt maar niet door naar de top, ondanks dat Afrika echte topspelers van wereldklasse heeft’, analyseert hij. De Visser denkt de reden wel te weten. ‘Dat komt door de invloed van de nationale voetbalbond en de regering op het elftal.  Er is zoveel invloed van buitenaf op de spelersgroep dat het bijna onmogelijk is voor een coach om er te werken. Toen ik zelf bondscoach van Guinee was, moest het elftal soms vlak voor de wedstrijd nog bij de president langskomen. Ook heb ik meegemaakt dat de minister van Sport een half uur voor de wedstrijd de kleedkamer binnenkwam om zijn zegje te doen. Wat hij zei ging lijnrecht in tegen mijn eigen tactische plannen. Een binnenlandse coach zal nooit tegen zijn minister durven in te gaan. Dan durf ik of een andere buitenlandse coach toch eerder een vuist te maken en te zeggen dat <em>wij </em>en niet de minister of de president verantwoordelijk is voor de tactiek en de opstelling.’</p>
<p>Ook is er volgens De Visser nog een andere reden voor de vraag naar westerse coaches. ‘Lokale coaches hebben vaak niet het gezag onder de grote meneren’, zegt hij. ‘De Afrikaanse sterren uit het buitenland zijn gewend om met westerse coaches te werken en willen dat ook bij hun nationale elftal terugzien.’ De Visser heeft een aantal keer gezien hoe de keuze voor een lokale bondscoach verkeerd afliep. Hij wijst op zijn goede vriend Sam Ardey, die met het juniorenelftal van Ghana wereldkampioen werd. ‘Sam Ardey is een fantastische coach, maar als trainer van het nationale team werd hij niet geaccepteerd door de regeringsmensen en door de vedettes van Ghana die in het buitenland speelden. Als bondscoach was hij zijn gezag dat hij wel had als juniorencoach ineens kwijt en nam niemand hem serieus.’</p>
<p>De Visser heeft door de jaren heen gemerkt wat het profiel is van een trainer die het wél redt in Afrika. ‘Dat zijn buitenlandse trainers die al heel lang werkzaam zijn op het continent. Zij hebben zich die cultuur al een beetje eigen gemaakt.’ Hij wijst op Claude LeRoy en Otto Pfister. ‘Voor hen geldt dat ze al een beetje Afrikaan zijn geworden. Je moet de persoonlijkheid hebben om met de vedettes die in het buitenland voetballen te werken, en tegelijkertijd een klik zien te maken met de nationale voetbalbond en de regering van het land. Je moet een beetje aanpassen, maar ook weer niet te veel; je moet je gezag dat je als buitenlandse coach hebt behouden, maar tegelijkertijd een beetje in hun aard werken. Trainers die dat niet doen zijn gedoemd te mislukken. Kijk maar naar Arie Haan (oud-bondcoach Kameroen, mb) en Thijs Libregts (oud-bondscoach Nigeria, mb). Zij konden die klik niet vinden en waren zo weer vertrokken.’</p>
<p>Ook Arie Schans noemt een aantal eigenschappen op die je nodig hebt om te kunnen slagen als coach in Afrika.  ‘Het is belangrijk om geduld te tonen en het fatsoen te hebben om je te verdiepen in de cultuur van het land waar je werkt. In principe moet ik me aan de mensen daar aanpassen en niet andersom. Verder moet een trainer in Afrika invoelings-en inschattingsvermogen hebben, en vooral ook <em>fingerspitzegefuhl</em>. Dat heb je wel of niet. Als een trainer denkt dat hij de organisatie zoals hij die gewend is in Nederland ook binnen een week kan neerzetten in Afrika, is hij gedoemd om gillend weg te rennen. Ook van de spelers kun je niet verwachten dat ze binnen 14 dagen als een Hollander gaan reageren.’</p>
<p><strong>Kennisoverdracht</strong></p>
<p>Hoe lang zijn er nog buitenlandse trainers nodig in Afrika?  Colin Benjamin denkt dat Namibië voorlopig nog niet aan een lokale bondscoach toe is en hoopt dat Schans zijn contract verlengt. ‘Ik zou het wel goed vinden als lokale Afrikaanse coaches de mogelijkheid krijgen om stage te lopen bij clubs in Europa’, voegt hij daar aan toe. Arie Schans denkt dat die afhankelijkheid van westerse coaches ook nog wel even zal duren, maar hoopt dat er steeds meer trainerscursussen worden opgezet in Afrika. ‘Als we in Nederland toch geld vrijmaken voor de ontwikkeling van sport in Afrika, dan vind ik trainersopleidingen de beste vorm van ontwikkelingshulp’, zegt hij.</p>
<p>Maar Schans heeft door zijn ervaring gemerkt dat het niet alleen een kwestie is van het overdragen van tactische kennis. Ook culturele verschillen in het coachen spelen een belangrijke rol. ‘Ik merk bij mijn Namibische assistenten dat ze niet graag zelf beslissingen nemen’, legt hij uit. ‘Als ik ze vraag of we  Pietje of Henkie moeten opstellen, krijg ik altijd als antwoord dat dit een hele moeilijke vraag is. Als ik vervolgens Pietje zeg, merkt mijn assistent op dat Henkie ook wel goed is. Het is een andere manier van met elkaar omgaan.</p>
<p>Als je iemand niet opstelt, val je zo’n persoon in hun ogen ook meteen af. Mijn assistenten zijn enorm blij dat ik en niet zij de uiteindelijke beslissing moeten nemen. Als ze verder willen als coach is dat nemen van soms impopulaire beslissingen toch wel erg belangrijk.’</p>
<p>De Liberiaanse sportjournalist Emmanuel Geeza Williams pleit voor een duidelijker profiel van het soort westerse coach dat Afrika nodig heeft. Hij vindt dat kennisoverdracht altijd bij de taak van een westerse bondscoach in Afrika dient te behoren. ‘Nu hebben Afrikaanse landen vaak de neiging om een coach met een bekende naam aan te nemen. Hoe vaak is Ruud Gullit bijvoorbeeld niet genoemd als mogelijke bondscoach van Nigeria? Maar een grote naam die alleen maar met het nationale elftal bezig is en veel geld verdient zal het Afrikaanse voetbal geen stap verder helpen. Wat je nodig hebt zijn westerse coaches die naast het trainen van het nationale team ook samen willen werken met lokale coaches en hun kennis willen overdragen. Coaches ook die seminars willen geven in het land en samen met de voetbalbond lange termijn programma’s willen maken voor de ontwikkeling van het voetbal.</p>
<p>Als ze weer vertrekken uit een Afrikaans land moeten ze een systeem hebben achtergelaten. Anders heeft hun komst weinig zin gehad.’</p>
<p><em>Tekst Marc Broere en Andre van der Stouwe</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2010/featured/marcs-oude-doos-the-white-coach/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: Ruud Gullit over Afrika en armoede</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2009/featured/marcs%e2%80%99oude-doos-ruud-gullit-over-afrika-en-armoede/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs%25e2%2580%2599oude-doos-ruud-gullit-over-afrika-en-armoede</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2009/featured/marcs%e2%80%99oude-doos-ruud-gullit-over-afrika-en-armoede/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 31 Dec 2009 13:27:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Ruud Gullit]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=5502</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2009/featured/marcs%e2%80%99oude-doos-ruud-gullit-over-afrika-en-armoede/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/12/amandelaandgullit-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="" title="amandelaandgullit" /></a>In de rubriek Marcs’ oude doos blikt Marc Broere terug op zijn ontmoetingen uit de wereld van het Afrikaanse voetbal. Met in deze aflevering een interview uit 2004 met Ruud Gullit over Afrikaans voetbal en zijn ervaringen met armoede. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.roadto2010.nl/2009/featured/marcs%e2%80%99oude-doos-ruud-gullit-over-afrika-en-armoede/attachment/amandelaandgullit/"rel="attachment wp-att-5503" ><img class="alignnone size-medium wp-image-5503" title="amandelaandgullit" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/12/amandelaandgullit-460x275.jpg" alt="" width="460" height="275" /></a></p>
<p><strong>In de rubriek Marcs’ oude doos blikt Marc Broere terug op zijn ontmoetingen uit de wereld van het Afrikaanse voetbal. Met in deze aflevering een interview uit 2004 met Ruud Gullit over Afrikaans voetbal en zijn ervaringen met armoede. </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p>Rotterdam september 2004. Het zijn drukke weken voor Feyenoord-trainer Ruud Gullit. Op de dag van het gesprek is hij met zijn elftal begonnen aan de voorbereiding op de wedstrijd tegen Schalke 04 voor het UEFA-Cup toernooi. Meer dan een kwartier tijd heeft Gullit daarom niet om met me te praten. Maar zijn manager benadrukt dat de oud-voetbalster het gesprek hoe dan ook door wil laten gaan, omdat het onderwerp waarover we zullen spreken Gullit aanspreekt.</p>
<p>Het zijn de dagen ook waarin de Liberiaanse ex-voetballer George Weah het nieuws haalde. Hij is teruggekeerd naar zijn land en heeft er een heldenonthaal gekregen. Weah wil volgend jaar proberen om president van Liberia te worden. Gullit was enkele maanden geleden nog samen met Weah in Sierra Leone om als ambassadeur van de Nationale Postcode Loterij enkele projecten voor voormalige kindsoldaten te bezoeken. ‘Ik vind het heel ambitieus van George’, zegt hij. ‘Toen ik hem laatst sprak, merkte ik weer eens wat voor warm gevoel hij naar zijn eigen land heeft. Dat vind ik ongelooflijk goed. Die jongen heeft een goed hart. Ik hoop dat hij iets kan brengen in Liberia. Natuurlijk kan Weah niet alle problemen oplossen, maar hij heeft zo’n enorme status en uitstraling, waarmee hij ongetwijfeld veel voor elkaar kan krijgen.’</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Telkens als het nationale elftal onder leiding van George Weah in de jaren negentig speelde, was er weer een wapenstilstand in Liberia. Was dat bij de Europese topvoetballers bekend in die tijd?</strong><br />
‘Ik heb het altijd wel geweten. George was zo machtig en populair dat hij dit kon bewerkstelligen. Verder had ik het gevoel dat Afrika voor de meeste Europese voetballers een ver van hun bed show was. Afrika is ook niet vaak in het nieuws. Dat vond ik voor George ook wel jammer. Bij ons op de club werd er in ieder geval nooit over gesproken. Maar misschien was dat anders bij de clubs waar George zelf speelde.’</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Zelf heeft u in 1987 de prijs van Europees Voetballer van het Jaar opgedragen aan Nelson Mandela. Hoe werd daar op gereageerd?</strong><br />
‘Vooral in Nederland heel positief. Ik was toen ook al een tijd bezig met acties tegen de apartheid. Toen ik nog bij Feyenoord en PSV speelde, deed ik regelmatig mee aan acties voor het ANC en Nelson Mandela. In deze periode ben ik veel op de radio bij de VARA geweest om te praten over apartheid. Ook had ik m’n eigen reggeaband waarmee we over apartheid zongen. In Nederland was apartheid ook een van de meest prominente thema’s in de maatschappij. Toen ik naar Italië vertrok, was dat anders. Apartheid leefde niet echt in de samenleving. Dit terwijl ik in Nederland echt groot geworden ben met het onderwerp. Toen ik de prijs opdroeg aan Mandela, werd er ook heel vreemd over gedaan in Italië. Hoe kan dat nu? Hoe kan het dat een voetballer zich met dit soort onderwerpen bezighoudt?’</p>
<p><strong>Hoe zit het in z’n algemeenheid met de maatschappelijke betrokkenheid van voetballers?</strong><br />
‘Die is er wel degelijk. Het probleem is dat er met voetballers meestal alleen maar over voetbal wordt gesproken. Dat ligt niet aan die voetballer, maar aan de buitenwereld. Voetballers zijn wel degelijk met maatschappelijke problemen bezig, als je ze er maar naar vraagt. Ook vanuit de clubs wordt deze maatschappelijke betrokkenheid gestimuleerd. Feyenoord is bijvoorbeeld heel actief. We hebben een structureel samenwerkingsverband met Unicef in Ghana. Onze voetbalacademie in Ghana is betrokken bij het geven van aidsvoorlichting aan de jeugd en we ondersteunen een project van straatkinderen in de hoofdstad Accra. Daarnaast ondersteunt Feyenoord het Sophie kinderziekenhuis in Rotterdam. Daar ben ik hartstikke trots op geeft me een goed gevoel. We proberen de betrokkenheid van de spelers hierbij ook echt te stimuleren. Verder hebben spelers ook vaak hun eigen goede doelen, waarmee ze doorgaans niet echt te koop lopen. Deze persoonlijke betrokkenheid van spelers vind ik zelf het belangrijkste. Het zijn dit soort kleine dingen die het doen.’</p>
<p><strong>U bent zelf veel in ontwikkelingslanden geweest. Op welke manier wordt u geraakt door armoede?</strong><br />
‘Armoede geeft mij in de eerste plaats het besef van hoe goed ik het zelf heb. Op hetzelfde moment denk je van hoe is dit toch mogelijk en wat zou ik er aan kunnen doen. Verder relativeert armoede. Je neemt het in je op en denkt bij jezelf: waar loop ik in vredesnaam toch altijd over te klagen? Waar klagen wij nu altijd over in Nederland? In die zin verrijkt armoede je leven ook. Ik vind het mijn plicht om er vervolgens ook iets mee te doen. Ieder mens beschikt over talenten. Neem hulpverleners en ontwikkelingswerkers: die hebben een geweldig talent en daar heb ik heel veel waardering voor. Wat zij doen is echt ongelooflijk. Ik was twee jaar geleden in een kinderziekenhuis in Sint Petersburg waar kinderen lagen met aids. Ik heb groot respect voor de mensen die in zo’n ziekenhuis werken. Mijn talent was voetbal en daardoor heb ik grote bekendheid in de wereld gekregen. Ik moet op mijn manier wat met die talenten doen voor een betere wereld. Door mijn bekendheid en populariteit kan ik aandacht vragen voor schrijnende situaties in de wereld. En door me in te zetten voor een betere wereld, kan ik zelf het goede voorbeeld geven.’</p>
<p><strong>Welke indruk maken arme mensen op u?</strong><br />
‘Arme mensen zijn vaak heel inventief en zeker niet zielig. Integendeel zelfs. Ze komen tot hele creatieve dingen om te kunnen overleven en weten hun hoofd op een knappe manier boven water te houden. Hun probleem is dat ze meestal geen eerlijke kans hebben gekregen, en toch houden ze hun hoofd boven water. Dat vind ik een vorm van intelligentie.’</p>
<p><strong>Als u minister voor Ontwikkelingssamenwerking zou zijn: waar zouden uw prioriteiten liggen?</strong><br />
‘Dan denk ik in eerste instantie aan onderwijs. Natuurlijk vind ik sport ook belangrijk omdat het mensen verbroedert, maar toch zou mijn prioriteit bij onderwijs liggen. Mensen moeten leren nadenken, leren lezen en later mogelijkheden krijgen in het het leven. Daarvoor is goed onderwijs een belangrijke voorwaarde.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2009/featured/marcs%e2%80%99oude-doos-ruud-gullit-over-afrika-en-armoede/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: De zingende en boksende voetballer</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2009/afrikanen-in-europa/marcs-oude-doos-de-zingende-en-boksende-voetballer/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs-oude-doos-de-zingende-en-boksende-voetballer</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2009/afrikanen-in-europa/marcs-oude-doos-de-zingende-en-boksende-voetballer/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 10 Dec 2009 08:19:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Afrikanen in Europa]]></category>
		<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Darius Dhlomo]]></category>
		<category><![CDATA[Heracles]]></category>
		<category><![CDATA[Steve Mokono]]></category>
		<category><![CDATA[Zuid-Afrika]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=4922</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2009/afrikanen-in-europa/marcs-oude-doos-de-zingende-en-boksende-voetballer/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/12/dhlomogoed-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="dhlomogoed" title="dhlomogoed" /></a>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. Met deze keer een ontmoeting uit 2000 met Darius Dhlomo, in de jaren vijftig één van de eerste Afrikaanse voetballers in Nederland.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignnone size-full wp-image-4923" title="dhlomogoed" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/12/dhlomogoed.jpg" alt="dhlomogoed" width="220" height="350" /><br />
In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. Met deze keer een ontmoeting uit 2000 met Darius Dhlomo, in de jaren vijftig één van de eerste Afrikaanse voetballers in Nederland.</strong></p>
<p>Tijdens de jaren van apartheid had ook de zwarte bevolking van Zuid-Afrika zijn eigen sterren. Eén daarvan was Darius Dhlomo. Hij is een opmerkelijk man. Want naast aanvoerder van het nationale zwarte voetbalelftal was hij ook Zuid-Afrikaans bokskampioen in het middengewicht en één van de leidende figuren in de Zuid-Afrikaanse muziekwereld.</p>
<p>In 1957 kreeg Dhlomo van de Nederlandse club Heracles een brief waarin hij werd uitgenodigd om in Almelo te komen spelen. Heracles had al een andere Zuid-Afrikaan onder contract, namelijk Steve Mokono. Dhlomo, die in Zuid-Afrika naast al zijn activiteiten op het gebied van sport en muziek gewoon als onderwijzer werkzaam was, besloot in te gaan op de aanbieding. ‘Eigenlijk wilde ik helemaal niet weg uit Zuid-Afrika’, zegt hij in zijn woning in Almelo waar hij nog steeds woont.</p>
<p>De reden om toch te gaan had te maken met de uitholling van het onderwijs voor de zwarte bevolking in Zuid-Afrika. ‘De Nationale Partij had besloten om de kwaliteit van het onderwijs voor zwarten te verlagen. Ik werd geacht om kinderen dom te houden. Lessen als geografie en internationale geschiedenis werden afgeschaft. Op deze manier ontwikkel je een kind niet meer. Op het moment dat ik hier moreel mee worstelde kwam de brief van Heracles.’</p>
<p><strong>Prestigekwestie</strong></p>
<p>Zijn vertrek naar Nederland ging niet zonder slag of stoot. Dhlomo had een paspoort nodig, een document dat zelden aan zwarten werd verstrekt. Het zou een prestigekwestie worden. ‘De regering had liever gezien dat een blanke voetballer was uitgenodigd om bij een Nederlandse club te komen voetballen’, zegt hij. De regering liet Dhlomo schaduwen, hopend hem op een foutje te kunnen betrappen. Pas na negen maanden van treiterijen kwamen de papieren in orde.</p>
<p><em><img class="alignnone size-full wp-image-4924" title="normaal_voetbal" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/12/normaal_voetbal.gif" alt="normaal_voetbal" width="400" height="324" /><br />
</em></p>
<p><span style="font-size: x-small;">De twee Zuid-Afrikanen van Heracles, links Darius Dhlomo en rechts Steve Mokone</span></p>
<p>In Nederland kreeg Dhlomo te maken met een cultuurschok. ‘In Almelo zag het wit van de mensen. Ik vroeg aan een bestuurslid van Heracles wat al deze mensen moesten. Ze komen om jou te begroeten, antwoordde hij. Ik voelde me als een koning. Een dag eerder was ik nog een zwarte man in Zuid-Afrika, iemand zonder rechten. Hier in Nederland was ik opeens een mens. Mensen deden de deur voor me open. In mijn hotel werd ik met “sir”  en “mister” aangesproken. Blanken wilden mijn koffer dragen. Mijn cultuurschok was waarschijnlijk groter dan die van de Afrikaanse voetballers die nu naar Europa komen, omdat ik uit een situatie van apartheid kwam. Ik heb drie jaar moeten vechten om me los te maken uit de indoctrinatie van apartheid. Je bent nu niet meer in Zuid-Afrika maar in Nederland, moest ik me voortdurend voorhouden.’</p>
<p><strong>Een nieuw fenomeen</strong><br />
Darius Dhlomo kwam, zag en overwon. Ook in Nederland werd hij een fenomeen. Hij bracht een nieuwe, agressieve speelstijl in de Nederlandse competitie. En hij introduceerde de pass met de buitenkant van de voet, de karakteristieke trap die later een van de handelsmerken van Johan Cruijff werd. Ook in Nederland ging hij boksen en zingen. Na iedere gewonnen bokswedstrijd zong hij een liedje. De boksende en zingende voetballer, zo staat hij aangeduid in de vele tientallen knipsels over zijn carrière in Nederland. Dhlomo trainde met de legendarische bokser Bep van Klaveren in Rotterdam en speelde later met de even onvergetelijke voetballer Abe Lenstra bij de Enschedese Boys. En het was Lenstra die hem op ouderwetse Friese doorlopers leerde schaatsen tijdens één van die vele koude winters in Nederland.</p>
<p>Bovendien stond Darius Dhlomo aan de wieg van de anti-apartheidsbeweging in Nederland. ‘Men wist in Nederland weinig van apartheid. Ik heb gepraat als Brugman om het systeem uit te leggen. Ik heb lezingen gehouden voor scholieren, kerken en politieke partijen. Mensen in Nederland waren aanvankelijk verontwaardigd en geloofden niet wat ik vertelde. Ze beschouwden de blanken in Zuid-Afrika als hun bloedbroeders.’</p>
<p><strong>Pijn</strong><br />
Zijn betrokkenheid bij de opkomende anti-apartheidsbeweging had ook consequenties voor zijn familie in Zuid-Afrika. ‘Voor ik wegging heb ik ze geraadpleegd: vinden jullie het goed als ik in Nederland voorlichting ga geven over wat apartheid is? Mijn familie ging akkoord, ook al wisten ze dat we elkaar dan nooit meer terug zouden zien. Het was voor mij een hele geruststelling dat ze het wilden accepteren. Anders had ik toch het gevoel dat ze door mij met de consequenties werden opgezadeld. Dit blijft voor mij wel een gevoelig punt. Ik heb twee broers en zussen verloren tijdens mijn verblijf in Nederland. Ik mocht ze niet begraven. Dat doet me nog steeds pijn.’</p>
<p><em>Na de afschaffing van de apartheid reisde Dhlomo weer op en neer naar Zuid-Afrika en ging hij ook ontwikkelingsprojecten opzetten in Durban, de stad waar hij vandaan komt.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2009/afrikanen-in-europa/marcs-oude-doos-de-zingende-en-boksende-voetballer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: De eerste kennismaking met Afrikaans voetbal</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2009/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-de-eerste-kennismaking-met-afrikaans-voetbal/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs-oude-doos-de-eerste-kennismaking-met-afrikaans-voetbal</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2009/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-de-eerste-kennismaking-met-afrikaans-voetbal/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 03 Dec 2009 20:21:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Voetbal in Afrika]]></category>
		<category><![CDATA[Eusebio]]></category>
		<category><![CDATA[Mozambique]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=4869</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2009/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-de-eerste-kennismaking-met-afrikaans-voetbal/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/12/eusebio3-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="eusebio3" title="eusebio3" /></a>In deze rubriek blikt Marc Broere terug op zijn ervaringen in het Afrikaanse voetbal. Deze aflevering: De eerste kennismaking tussen Europa en Afrika.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignnone size-full wp-image-4870" title="eusebio3" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/12/eusebio3.jpg" alt="eusebio3" width="300" height="300" /><br />
<strong>Nu zijn alle ogen van het voetbalpubliek op Afrika gericht. Maar hoe maakte Europa eigenlijk kennis met het Afrikaans voetbal? </strong></p>
<p>In 1934 werd het allereerste wereldkampioenschap voetbal georganiseerd. Egypte was de enige Afrikaanse deelnemer aan het evenement. Ieder land dat kwam opdagen was toen nog welkom. Later werd het WK een evenement waarvoor landen zich dienden te plaatsen. De wereldvoetbalbond FIFA had weinig oog voor het voetbal in Afrika, want tot 1970 werden er geen kwalificatiewedstrijden voor dit continent georganiseerd.</p>
<p><strong>IJzer in de voeten</strong></p>
<p>De eerste kennismaking met een Afrikaans team kreeg het Europese voetbalpubliek in 1951 toen Ghana (toen nog Goudkust geheten) een serie oefenwedstrijden in Engeland en Ierland speelde. De wedstrijden hadden voor het publiek nog iets weg van een kermisattractie. ‘We zorgden voor nogal wat commotie omdat we op blote voeten speelden’, blikt Charles Gyamfi, voormalig aanvoerder en trainer van Ghana, op deze wedstrijden terug. ‘Het publiek hield na een tackle soms de adem in omdat ze dachten dat we moesten vergaan van de pijn, net als op de momenten dat een speler van ons een hard schot afvuurde. Maar wij waren het natuurlijk gewend. Na afloop kwamen de kinderen aan onze voeten voelen: ze wilden weten of er soms ijzer in zat.’</p>
<p>Ruim tien jaar later kwam hetzelfde land terug naar Europa voor een succesvolle oefencampagne. Soedan, Ethiopië, Egypte en Zuid-Afrika hadden in 1957 de CAF (Confederation of African Football, de Afrikaanse voetbalbond) opgericht, die was begonnen met het organiseren van een Afrikaans kampioenschap. Om zich voor te bereiden speelde Ghana een reeks van twaalf wedstrijden, waarvan er acht gewonen werden. Het grote Real Madrid, dat toen aan de lopende band Europa Cups voor landskampioenen in de prijzenkast mocht zetten, werd op een gelijkspel gehouden.</p>
<p>Inmiddels waren ook de eerste Afrikaanse voetballers in Europa aangekomen om hier competitievoetbal te spelen. De meesten van hen zijn intussen in de vergetelheid geraakt. Zo kende Heracles in de jaren vijftig een Zuid-Afrikaanse speler, Steve Mokone. Dergelijke pioniers kregen exotische bijnamen als ‘de zwarte parel.’</p>
<p><strong>Eusebio</strong></p>
<p>Een ware lieveling van het publiek was de Mozambikaan Eusebio, die met zijn talrijke goals het Portugese Benfica in de jaren zestig tot een van de topclubs in Europa maakte. Hij begon zijn roemrijke carrière in 1961. In de tien jaar die daarop volgden werd de club zeven keer landskampioen, drie keer bekerwinnaar en twee keer winnaar van de Europa Cup: resultaten die zonder Eusebio ondenkbaar waren geweest.</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="400" height="225" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="allowFullScreen" value="true" /><param name="allowscriptaccess" value="always" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/gIqrnkKo1Hc&amp;hl=nl_NL&amp;fs=1&amp;" /><param name="allowfullscreen" value="true" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="400" height="225" src="http://www.youtube.com/v/gIqrnkKo1Hc&amp;hl=nl_NL&amp;fs=1&amp;" allowscriptaccess="always" allowfullscreen="true"></embed></object></p>
<p>Afkomstig uit een Portugese kolonie en dus in het bezit van de Portugese nationaliteit, was hij ook lid van het nationale team en scoorde tijdens het WK van 1966 maar liefst negen doelpunten voor Portugal. Zo groeide Eusebio uit tot de beste Portugese voetballer aller tijden.</p>
<p>Voor de hoofdingang van het Estádio de Luz van Benfica in Lissabon staat een meer dan levensgroot standbeeld van Eusebio. In een elegante houding, één hand in de lucht, haalt de voetballer uit voor een pass of een schot op het doel. ‘Levend voorbeeld voor de Portugese sport’, staat te lezen op de sokkel. Eusebio was met de inmiddels overleden legendarische fadozangeres Amália Rodriguez de enige levende Portugees met een standbeeld. Tot op de dag van vandaag houdt hij het romantische verhaal overeind dat hij als ‘arm parelvissertje’ uit Mozambique naar Portugal kwam om daar furore te maken met het destijds fameuze Benfica. Maar anders dan een dergelijke legende zou doen vermoeden, heeft het voetbal de inmiddels 69-jarige Eusebio geen grote rijkdom gebracht. Hij werkte tot aan zijn pensioen als jeugdtrainer voor Benfica, de club waar hij voor altijd onlosmakelijk mee verbonden zal zijn.</p>
<p><!--EndFragment--></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2009/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-de-eerste-kennismaking-met-afrikaans-voetbal/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: Hoe het allemaal begon</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2009/featured/marcs-oude-doos-hoe-het-allemaal-begon/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs-oude-doos-hoe-het-allemaal-begon</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2009/featured/marcs-oude-doos-hoe-het-allemaal-begon/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 26 Nov 2009 17:51:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Featured]]></category>
		<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[Ghana]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.roadto2010.nl/?p=3158</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2009/featured/marcs-oude-doos-hoe-het-allemaal-begon/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/11/marcsoudedoos-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="Foto door: Arnold Pannenborg" title="marcsoudedoos" /></a>In deze rubriek blikt Marc Broere terug op zijn ervaringen in het Afrikaanse voetbal. Deze aflevering: het ontstaan van het voetbal in Afrika.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_3159" class="wp-caption alignnone" style="width: 470px"><img class="size-full wp-image-3159" title="marcsoudedoos" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/11/marcsoudedoos.jpg" alt="Foto door: Arnold Pannenborg" width="460" height="321" /><p class="wp-caption-text">Foto door: Arnold Pannenborg</p></div>
<p>In deze aflevering beschrijft Marc Broere het ontstaan van het voetbal in Afrika.</p>
<p>De allereerste voetbalclub in Afrika ontstond in de Goudkust (het latere Ghana). Het team heette Excelsior. Studenten van de Government Boys School in de toenmalige hoofdstad Cape Coast hadden Engelse zeelieden wel eens zien voetballen en ook verslagen over voetbalwedstrijden gelezen in Engelse kranten die naar de kolonie waren gestuurd.</p>
<p>In 1903 richtten ze Cape Coast Excelsior op. De jongeren trainden bij maneschijn op de ceremoniële paradegronden van Victoria Park. Ze kregen hun eerste voetballen van zeelieden die met hun schip in de haven van Cape Coast lagen.</p>
<p>Eerste wedstrijd<br />
Na drie maanden waren de voetballers klaar voor hun eerste wedstrijd. Het Victoria Park was haastig omgetoverd tot een voetbalstadion en alle hoogwaardigheidsbekleders van het land, inclusief Sir Frederick Hodgson, waren uitgenodigd om de eerste voetbalwedstrijd in Ghana te komen bekijken.</p>
<p>Omdat er geen andere teams waren, speelden de spelers van Excelsior tegen elkaar. De wedstrijd was een groot succes en de Excelsior-spelers maakten daarna via demonstratiewedstrijden reclame voor het voetbal in andere Ghanese steden. Al spoedig kwamen de Ghanese ploegen op met namen als Everton en Bolton Wanderers.</p>
<p>In 1910 bereikte het voetbalspel Accra, de latere hoofdstad. Tien jaar later was de opmars van het voetbal voltooid, toen het spel zich ook over de minder goed bereikbare noordelijke regio’s van het land had verbreid. In nog geen twintig jaar had het voetbal de Goudkust veroverd. En tot op de dag van vandaag is Ghana, zoals bekend, een van de sterkere voetbalnaties in Afrika.</p>
<p>Invloed koloniale machten<br />
Het waren dus de koloniale mogendheden die de sport naar het continent brachten. Ook nu nog zie je de invloed van westerse landen op de sportbeoefening in hun voormalige koloniën. Cricket bijvoorbeeld wordt bijna uitsluitend gespeeld in landen die vroeger onder Engels bestuur stonden. Hetzelfde geldt voor rugby en tennis. Bijna alle landen waar gedamd wordt in Afrika, zijn voormalige Franse koloniën.</p>
<p>Alleen voetbal en atletiek hebben zich over alle landen van het continent verspreid, ongeacht de koloniale achtergrond. Voetbal bleek voldoende aanknopingspunten te bieden om moeiteloos en vooral vol enthousiasme overgenomen te worden als volkssport.</p>
<p>Volgende week bericht Marc over de eerste kennismaking van het Europese voetbalpubliek met een Afrikaans team.</p>
<p><code>[wp_geo_map]</code></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2009/featured/marcs-oude-doos-hoe-het-allemaal-begon/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marcs oude doos: Piet de Visser, een scout met goede bedoelingen</title>
		<link>http://www.roadto2010.nl/2009/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-piet-de-visser-een-scout-met-goede-bedoelingen/?utm_source=rss&#038;utm_medium=rss&#038;utm_campaign=marcs-oude-doos-piet-de-visser-een-scout-met-goede-bedoelingen</link>
		<comments>http://www.roadto2010.nl/2009/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-piet-de-visser-een-scout-met-goede-bedoelingen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 18 Nov 2009 11:55:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marc Broere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Marcs oude doos]]></category>
		<category><![CDATA[Essomba]]></category>
		<category><![CDATA[Guinee]]></category>
		<category><![CDATA[Piet de Visser]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://roadto.tatemae.nl/?p=3019</guid>
		<description><![CDATA[<a href="http://www.roadto2010.nl/2009/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-piet-de-visser-een-scout-met-goede-bedoelingen/"><img align="left" hspace="5" width="100" height="100" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/11/pietdevisser-150x150.jpg" class="alignleft wp-post-image tfe" alt="pietdevisser" title="pietdevisser" /></a>In de rubriek Marcs oude doos blikt Marc Broere terug op bijzondere ontmoetingen met mensen uit het Afrikaanse voetbal. In 1996 had hij zijn eerste ontmoeting met meesterscout en toen nog trainer, Piet de Visser.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><img class="alignnone size-medium wp-image-3185" title="pietdevisser" src="http://www.roadto2010.nl/wp-content/uploads/2009/11/pietdevisser-300x200.jpg" alt="pietdevisser" width="300" height="200" /></div>
<div>‘Ik zeg altijd tegen mijn vrouw: als ik een maand lang geen Afrikaanse jeugdspelers heb gezien, dan begint het te kriebelen.’ Bij hem thuis in Oisterwijk praat Piet de Visser op de enthousiaste toon die zo kenmerkend voor hem is. De Brabantse trainer staat bekend als een van de meest geëngageerde mensen in de voetballerij en heeft veel ervaring in Afrika. In 1994 coachte hij de jeugdploeg van Guinee op het Afrikaans kampioenschap in Mali en daarna op het wereldkampioenschap in Ecuador. ‘Dat was een schitterend team, anders word je geen derde van Afrika, achter Ghana en Nigeria. Op het WK versloegen we Portugal, de Europees kampioen.’</div>
<div>Er verschijnt een glimlach rond zijn mond: ‘Op zo’n WK voor jeugdploegen in Ecuador moet ik heel streng zijn. Die jongens zien zoveel nieuwe dingen. Op een dag was ik ze helemaal kwijt. Ze waren allemaal uitgebroken en hadden hun zakgeld besteed in de winkels. In Guinee kunnen ze met hun geld bijna niets kopen, omdat er weinig luxe goederen zijn, hier was dat anders. Allemaal hadden ze een mountain bike gekocht, vlak voor onze belangrijkste wedstrijd van het toernooi. In plaats van zich mentaal te concentreren, waren ze die middag allemaal bezig de wielen van de fietsen te poetsen.’</div>
<div><strong>Kutbedragjes</strong></div>
<div>Op de kampioenschappen zijn er naast scouts van grote clubs ook tal van spelersmakelaars aanwezig. De Visser hierover: ‘Dat zijn stuk voor stuk figuren die proberen om jonge jongens snel een contract te laten tekenen voor kutbedragjes. Dan geven ze bijvoorbeeld 500 dollar aan een speler. Dat is natuurlijk een ongelooflijk bedrag voor een jongen van zestien uit Guinee, zoiets heeft hij nog nooit gezien. Z’n joch wordt daar helemaal gestoord van en tekent alles.’</div>
<div>Omdat van De Visser bekend is dat hij veel contacten heeft met Nederlandse clubs en ook officieel aan scouting doet namens PSV, zoeken de makelaars hem op. ‘Ik heb al zo vaak het aanbod gehad om op fifty-fifty basis een Afrikaanse speler onder te brengen bij een Nederlandse club. Ik had allang miljonair kunnen zijn van al het tipgeld om bepaalde spelers ergens onder te brengen.’</div>
<div><strong>Op de Kilimanjaro klimmen</strong></div>
<div>De geëngageerde trainer weigert daar echter aan mij te werken.’Ik wil dat de speler een goed contract krijgt, en dat ook de voetbalbond en de club waar zo’n jongen vandaan komt een fatsoenlijke vergoeding krijgen. Als ik dat zeg, dan is zo’n makelaar snel vertrokken. Ik zou wel op de top van de Kilimanjaro willen klimmen om het over het hele continent uit te schreeuwen: “Jongens, kijk uit voor die louche makelaars!” Maar niemand zou naar je luisteren. De nationale voetbalbonden werken vaak gewoon mee aan die transfers, omdat de bestuursleden ook zelf nog iets in hun zak kunnen steken. Geld is daar iets magisch, omdat het er niet is voor negentig procent van de mensen. Tien procent van de mensen heeft wel geld, maar die doen er alles aan om dat voor zichzelf te houden en zich nog verder te verrijken. Ook daar maken die louche makelaars handig gebruik van.’</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.roadto2010.nl/2009/marcs-oude-doos/marcs-oude-doos-piet-de-visser-een-scout-met-goede-bedoelingen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
<!-- WP Super Cache is installed but broken. The path to wp-cache-phase1.php in wp-content/advanced-cache.php must be fixed! -->
